Wie heeft ze beter

Voorwoord

JK Ouwerkerk

Stamboom

Superduiven

Uitslagen 2011 Teletekst 2011

Teletekst 2006

Teletekst 2005

Reportage archief 1972-1990

Nieuws

De Kampioen uit Lekkerkerk

Wegen naar Rome

"Groten van Vroeger" anno 1989

Contact

Links

8 afleveringen Vredesduif Jaargang 5, 15 februari t/m 6 april 1985
 
'Hoe doet die vedette dat toch?" Het is waarschijnlijk een van de meest brandende vragen op de lippen van de doorsnee duivenliefhebber als ergens iemand keihard met de duiven speelt. En' de vraag zal actueel blijven zolang er met duiven gespeeld wordt. Zolang ook zullen er immers goede en slechte spelers zijn. Trouwens, verdacht men er Driekske Janssen ongeveer driekwart eeuw geleden niet van met geheime middelen zijn duiven zo hard te doen vliegen? De mens en zeker de duivenliefhebber is nu eenmaal niet geneigd gebeurlijk falen te zoeken bij eigen onkunde. Menen wij allemaal niet dat we de klasse op het hok hebben? En dat we zelf ook geen dommeriken zijn? Als we maar eens wisten hoe die grote mannen dat doen, dan zouden we wel eens wat laten zien.
Van enkele van de allergrootste sterspelers van de hedendaagse duivensport zullen we ten behoeve van de lezers van de Vredesduif hun methodes en denkwijzen in een aantal afleveringen die volgen uit de doeken gaan doen.
Het zijn vedettes die hun roem niet danken aan het bezit van een enkel goed kweekkoppel of crackduif die ze voor jaren in de actualiteit plaatste. Nee, we hebben bewust gekozen voor spelers die al zů lang zů goed spelen dat hun vakmanschap buiten kijf staat. Jaar in jaar uit sterk blijven spelen heeft nl. duidelijk met meer te maken dan enkel het bezit van goede duiven. Bovendien hebben we het oog laten vallen op liefhebbers van wie we overtuigd zijn dat ze de sportgenoten niet met een kluitje in het riet sturen. En geloof me, zulke zijn er nogal wat. Ze beweren bv nooit geen medicijnen toe te dienen terwijl we van het tegendeel overtuigd zijn of het zelfs heel goed weten. Kijk, met zulke mannen kunnen we natuurlijk niets doen. Waarom ze de waarheid verzwijgen? Ze wensen de indruk te wekken dat ze van nature zulke gezonde en sterke duiven hebben dat die geen medicijnen nodig hebben. Dat verkoopt gemakkelijker, ziet u.
Hoeveel liefhebbers, en ik bedoel hierbij speciaal vitessespelers, leren hun duiven zo vaak op dat ze de weg ahw blindelings naar huis kennen? Maar wat doet zo'n man in de meeste gevallen? Die verzint alle mogelijke trucks om te vermijden dat de collega's weet krijgen van dat veelvuldige opleren.
Dienaangaande hebben we altijd erg veel plezier gehad met Pierre van Dulmen. Pierre, een Tilburger, die de duivensport verruilde voor zijn andere hobby, de jacht op olifanten en ander loslopend wild in Thailand, werd een echte huisvriend van me. Twee maal per week kwam hij op bezoek. En hoe die veelvuldige bezoeken begonnen zijn? Met het opleren van de duiven in maart. Pierre kwam als het enigszins mooi weer was met enkele manden duiven naar BaarleNassau. Zeer schichtig om zich heen kijkend of er geen Tilburgers langs kwamen rende hij met de manden naar achter in de tuin en verzocht mij die later een voor een vrij te laten. En ook... er vooral met niemand over te praten. En hoe dezelfde Pierre in Tilburg op die eerste vluchten in april te keer placht te gaan is genoegzaam bekend. Maar ik denk dat wij duivenliefhebbers wat dat betreft veel op elkaar lijken. En zelf ben ik beslist niet beter.
In 1978 vlogen mijn jonge duiven hier zo hard als (en dat durf ik zwart op wit te zetten) nog niet is voorgekomen. Het was het jaar dat ik de 2 snelste had van 100.000 Orleansvliegers. Wel die duiven kregen toen nogal veel olienootjes en "vanzelf" dacht ik dat die olienootjes er voor iets tussen zaten. En wat deed ik? Die olienootjes natuurlijk ergens weg zetten dat niemand ze zou zien. Verder is het ook zo dat artikelen in de bladen van schrijvers die geacht worden er iets van te kennen vaak meer vraagtekens oproepen dan ze oplossingen geven.
Persoonlijk geloof ik niet dat iemand goede kweekkoppels kan samenstellen, dat je uit de ogen of de vleugel van een duif de kwaliteit kunt lezen.
Anderen echter schreven al boeken over de ogen en de vleugels. Wie heeft er nu gelijk? Wat is in deze waarheid? Ik heb mijn ideeŽn over de duiven en duivensport maar heb niet de pretentie dat het de juiste zijn.
Onze medewerker Chris heeft een heilige afkeer van medicijnen. Hij vindt een veelvuldig toedienen er van weinig meer of minder dan de ondergang van je duivenhok. In hetzelfde nummer als onze gewaardeerde medewerker daar weer eens op af geeft kon je lezen hoe v.d. Pol een halve natie overhoop vliegt met de jonge duiven en dat met een bijzonder intensief gebruik van dezelfde verguisde medicijnen.
Collega Jan de Jongh schreef dat je beter niet uit weduwnaars kweekt. Jan Hermans was het er helemaal niet mee eens.
Dr. Manen kwam in Hilversum flink afgeven op eendaagse kuurtjes en ontsmettingsmiddelen. Helemaal in de lijn van Chris dus. En Dr. Manen is een van de beste dierenartsen die er is. Jan Ouwerkerk echter gebruikt ze al jaren en werd afgelopen jaar kampioen van heel de NABvP!! Hij handelt dus geheel in strijd met de opvattingen van een zeer goed dierenarts en Chris die toch ook niet de eerste de beste is en met de jonge duiven geweldig speelt daar in Limburg.
In de volgende uitgaven van de Vredesduif gaan we uitgebreid uit de doeken doen hoe
enkele zeer groten "het" doen. Mogelijk zijn ook hun ideeŽn in strijd met de heersende theoretische principes . Maar van liefhebbers die zo fantastisch spelen als zij die in de volgende nummers "met de billen bloot gaan" kan men toch onmogelijk beweren dat hun systeem slecht is.
"Vele wegen leiden naar Rome" is nergens meer van toepassing dan op de duivensport. Anderzijds zijn nog tallozen op zoek naar al was het maar ťťn enkele weg. Hoe die KAN lopen, kan men lezen in de afleveringen die volgen. Wiens systemen we dan wel gaan ontleden?
 
JAN OUWERKERK
Wat deze man al heeft gepresteerd laat zich nauwelijks beschrijven. Of het nu vitesse, halve fond of fond betrof, Jan overwon alles en iedereen die hij wilde overwinnen. Reeds vele jaren terug kreeg hij de naam "stuntman" toegewezen. En wat zien we anno 1984? Dezelfde Ouwerkerk maakt een werelduitslag van Bergerac waar hij ze werkelijk aan de lopende band klokte en wordt dan ook nog eens kampioen van heel de NABvP, dit van ong. 20.000 leden. De reeks titels die hij in eigen provincie won zijn uniek in het bestaan van de Zuidhollandse duivensport. Een uitspraak van Jan die we zopas hoorden wilden we u alvast niet onthouden. "Ik heb heel veel vraag naar duiven. Maar zelf zou ik het nooit in mijn hoofd halen bij welke vedette ook een aantal jonge duiven te kopen aan prijzen van 300 gulden of meer. Dat is ook de reden waarom ik zelf zo matig ben met mijn prijzen. De liefhebbers zijn dan tevens in staat wat meer duiven te kopen wat weer de kans op successen verhoogt. En als er die successen zijn dan belonen diezelfde spelers die je eerder goed behandelde wel als ik bv. een publieke verkoop houd. Uit dankbaarheid kopen ze daar duiven die vaak een veelvoud kosten van wat ze bij mij aan huis betalen." Een uitspraak die jan typeert.
 
RAOUL VERSTRAETE OOSTAKKER BELGIE
Wat moeten we over deze man nog schrijven? Reeds een vijftiental jaren geleden kreeg zijn kolonie de benaming "Het hok der mirakelen" toegewezen. En in al die jaren die verstreken bleef Raoul schitteren. Nationale overwinningen en provinciale zeges reeg hij aaneen. Bijna elk jaar is hij een serieus kandidaat voor de eerste plaats in de diverse landelijke kampioenschappen. Het grootste compliment dat we hem kunnen brengen is misschien wel het gegeven dat men van deze man al durft beweren dat die slecht speelt als hij... 3e kampioen van heel BelgiŽ wordt. Dat Raoul ook vaak klaar staat om belangeloos iets weg te schenken siert hem als sportman. En dat in heel BelgiŽ en Nederland wonderbaarlijk gespeeld wordt met duiven van zijn hok is haast overbodig te vermelden.
 
THEO HARTOGS BRUNSSUM
"Theike" in de volksmond werd in een ander blad onlangs nog afgeschilderd als "de grote internationale vedette over meer dan 30 jaar". Hij wist legendarische duiven te kweken als de "88" en de "41. In 1982 had hij de snelste van zo'n 100.000 Orleansvliegers. En afgelopen jaar heeft hij het daar in het Zuidlimburgse weer doen spoken dat de tegenstanders sterretjes voor de ogen zagen: In Duitsland wordt hij aanbeden als een God wat we onlangs in Dortmunt nog mee mochten maken. Geen stap kon Theo verzetten of hij had enkele Duitsers aan zijn nek. En steeds weer spelers die met zijn duiven geweldig lukten. Theo is een geboren kampioen. Als hij in een forum zit weet hij een barstensvolle zaal doodstil te krijgen door zijn gloedvolle betogen. Een ster die heel veel leerzame dingen te zeggen zal hebben.
 
GOMMAAR VERBRUGGEN BELGIE
Gommaar, de Gentleman van de duivensport in BelgiŽ is een van die Zuiderburen die in ons land veel te weinig bekendheid geniet. Maar in BelgiŽ en Duitsland kent de kleinste jongen in de straat zijn naam. Reeds in 1975 speelde hij heel de Stadsbond Leuven onderste boven met uitslagen als de volgende: Tegen 1134 duiven: 1,2,3,4,5,7, 17, 21, 26 enz.
In 1979 won hij op Nationaal Bourges, de grote prestigevlucht bij onze Zuiderburen tegen, schrik niet, 25.267 duiven: 16, 17, 42, 54, 79 enz. 12 prijzen van 14 ingezette duiven. 7152 liefhebbers deden aan deze vlucht mee. Ja, in Belgie zetten zeer veel liefhebbers zeer weinig duiven. En daar is Bourges in de duivensport wat de Tour de France is in het wielrennen.
In 1983 won hij Orleans tegen 2414 duiven: 1, 5, 6, 8, 16, 19, 28 enz. 500 liefhebbers namen aan deze Orleans deel. Gommaar zette 17 duiven in en won... 17 prijzen!!!
In 1984 schreef hij dan een record op naam door met ťťn enkele duif meer dan 200.000 frs te winnen op Nationaal Bourges. Hij won de 2e nationaal van 23.346 duiven!! Netto winst op die ene vlucht voor Gom- maar Verbruggen: meer dan 600.000 B. frs!!!
Kortom: vier liefhebbers die het kruim uitmaken van de internationale duivensport. Vier liefhebbers die eerlijkheid en openhartigheid hoog in hun vaandel hebben. En vooral vier liefhebbers die door een jarenlange reeks van successen bewezen dat zij ons iets te leren hebben. Akkoord, hun leer is niet heilig. Maar evenzeer is waar dat zij met uitslagen bewijzen dat ze als liefhebber heel veel inhoud hebben. Mooi praten en mooi schrijven kunnen er velen. Zo sterk spelen als deze mannen is slechts voor de allergrootste uit de internationale duivensport weggelegd.
(wordt vervolgd)
Ad Schaerlaeckens
 
 
 
Wegen naar Rome (afl. 2)
 
Geef zeer in het kort een bloemlezing van uw belangrijkste successen:
 
Gommaar Verbruggen:
In 1979 won ik op Nationaal Bourges 12 prijzen van 14 ingezette duiven en tegen 25276 deelnemers maakte ik naar men schreef de beste uitslag van BelgiŽ. De Orleansvlucht in 1983 was ook niet slecht toen ik van 2414 oude duiven 1, 5, 6, 8, 16, 19 enz. won en de 17 duiven die ik speelde ook alle 17 prijs wonnen. Verder zo veel overwinningen in groot verband en ook provinciaal dat die niet meer bij te houden zijn. Elk jaar wel zo'n 25.
 
Jan Ouwerkerk:
In de periode 1979 tot 1983 5 maal eerste Gen. Kampioen Afd. C wat nog nooit iemand voordeed. Verder werd ik in 1979 en in 1983 1e Generaal Kampioen van de CC Zuid-Holland van ongeveer 7000 leden en in 1984 zelfs 1e Generaal Kampioen van heel de NABvP van 20.000 leden.
Verder elk jaar een hele reeks stuntuitslagen op de pure vitesse, de halve fond en zelfs de allergrootste fond dat het ondoenlijk is die te vermelden.
 
Raoul Verstraete
In 1984 alleen speelde ik 28 zuivere eerste prijzen. 1e Prov. DoŁrdan, 3 maal le prov. Tours, le Prov. Cahors (3e Nationaal), le Prov. La Souterraine, le Prov. Brive, 1e Prov. Limoges (Nationaal toen tegen 10797 duiven: 4, 13, 49, 51 enz.), 2e Prov. Pengieux enz.
Op 10 jaar tijd 48 keer de le provinciaal. In 1979 2e Nationaal Kampioen van BelgiŽ Fond en 19 maal de le prijs in dat jaar. In 1980 17 maal de eerste prijs. In 1981 21 maal de le prijs en de 1e en 2e Nationaal La Souterraine. In 1982 14 maal le en le Nat. Asduif Halve Fond Reisduif. In 1983 23 maal 1e en 1e Prov. kampioen en tevens 1e Asduif Nationaal van de Belgische Duivensport.
Van Breteuil speelde ik eens 1, 2, 3, 4, 7, 8, 10, 11, 12, 16 enz. van 1322 duiven. Provinciaal Orleans won ik ook al eens 1, 2, 4, 5, 8, 9, 13, 16, 17, 18 enz. van 2940 duiven. Van een prov. Chateauroux 10 prijzen bij de eerste 35 met 14 duiven mee en dit van 497 duiven.
 
Theo Hartogs:
Vanaf 1950 tot en met heden heb ik uitslagen behaald die duizelingwekkend zijn. Ik zou niet weten welke ik eerst moet pakken.
Al die jaren ook zeer sterk gespeeld in groot verband. Natuurlijk was er wel eens een jaar dat het iets minder was maar het jaar nadien sloeg ik dan vaak dubbel hard terug. 1968 en 1972 waren echte uitschieters en ook afgelopen jaar in 1984 heeft het er hier vooral met de jonge duiven vaak gespookt.
 
Met wat voor soorten bent u het meest succesvol?
 
Gommaar Verbruggen:
De "AS" die ik bij Maurice v.d. Velden kocht, en ook diens vader de Dikke. De "AS" won 17 eerste prijzen en was in 1974 Asduif van BelgiŽ. Verder ben ik formidabel geslaagd met kinderen van de Witneus van Manen Meulemans. Dan niet zo zeer met de rechtstreekse kinderen, die soms minder presteren maar op hun beurt vaak wel ongelooflijke vliegers voortbrengen. Vooral in kruising met nazaten van de AS.
"En de Geschifte van Gast Hofkens dan, was die als kweker niet goed? Jij kocht die immers ook". De Geschifte zit nu in Duitsland en heeft maar tot 1981 bevrucht. De Geschifte was een goede duif maar toch veel minder dan de eerder vermelde. Maar dat weet je zelf ook wel, want jij kwam veel bij Hofkens.
 
Raoul Verstraete:
De meest succesvolle lijnen op mijn hok zijn die van De Gouden Bol, de Mirage en de Triller die alle drie le Nationale Asduif zijn geweest. Om een idee te geven. De Gouden Bol, Olympiadeduif in 1973 in Dusseldorf gaf de Mirage, die werd ie Asduif van de Belgische Duiven sport, in 1973. De Mirage werd weer vader van de Triller die in 1979 le Nationale Asduif Fond werd van de Belgische Duivensport. De Broer, de Manolito won 7 eerste en le Nationaal La Souterraine. Merk wel wat een lijnen dat waren. De vader van de Gouden Bol won 14 eerste prij- zenen de moeder 11.        -
Verder was ik ook zeer goed met de Elvis, een duif met de meest ongelooflijke erelijst en Nationale Asduif in Duitsland. Met de kinderen van de Elvis wordt hier nooit gespeeld. Zijn kleinkind Elvis Turbo was le Nat. Asduif Reisduif jongen.
Een ander kleinkind, het Zwartje werd in 1983 le Nat. Asduif (Jonge) Belg Duivensport.
De Perigeux won 4e Nat. Perigeux 2 jaarse, de Presto 4e Nat. Limoges van 10.797 d. De laatste zijn allemaal kleiikinderen van de Elvis, veelal in kruising met de lijn van de Mirage en mijn Wondervos Janssen die ook fantastisch kweekte. Deze rechtstreekse Janssen gaf de beste met de zuster van de Gouden Bol. De Geschifte van Hofkens heeft 3 maanden op mijn hok gezeten en was ook niet slecht. Heel goed was ik ook met de Crussonlijn. De Crusson wordt vaak omschreven als de beste duif die er ooit geweest is. Hij won 1e Nat. Barcelona in 1974, 1e Nat. St. Vincent in 1972 en 1e Internationaal Narbonne in 1974. Vier van zijn zonen werden gekoppeld aan een duivin die een 1e nationaal won op een fondrace. Verder gaven hier veel voldoening de lijnen van de "Trommelen", de "Witslager Desender" enz. Dit om het bij enkele van de voornaamste te laten.
 
Jan Ouwerkerk
De laatste 10 jaar ben ik het meest succesrijk geweest tenminste op de vitesse en de midfond met de lijn van de "46" Verbarth uit het beroemde koppel Vechter maal Witpenneke Xiak.
Talrijke overwinningen tegen grote deelname behaalde ik met nazaten van deze wereldberoemde duif die zelf een 15-tal eerste won in groot verband. Op de fond zijn het hier veelal andere duiven die voor stunten zorgen. Vooral de soort van van Geel, Halewijn (een onbekende naam, maar wat waren dat fondduiven), en ook de duiven van de Wit (Aardens) doen het hier op de fond uitermate goed.
 
Theo Hartogs:
In al de goede duiven die ik ooit heb gehad zat een flinke portie Janssenbloed. Dit dan via De Smed Bladel en wel uit nazaten van diens wonderduivin de 06. Met duiven van Mengeleers Brunssum lukte ik fantastisch, dat waren weer de Smed duiven, de Janssen- soort van Pauwke de Poot deed het hier formidabel en last but not least met de soort van de grootmeester Jos Klak himself.
 
Wat waren de beste duiven die u ooit had? Werden die gekweekt uit weduwnaars of uit kweekduiven? Uit bewust toegepaste koppelingen of werden uw beste duiven gekweekt door toeval? Wat deden die goede duiven in hun geboortejaar en hoe werden ze toen gespeeld? Wat is er geworden van de nestbroer of nestzuster van de beste duiven die u ooit had?
 
Gommaar Verbruggen:
Mijn Goede Zwarte van 1972 was weinig minder dan een wonderduif. Hij vloog 11 eerste prijzen van 120 tot 400 km. Hij werd geboren uit een duif van Moons Bries en het Goed Hoppel van de in BelgiŽ zo beroemde Maurice v.d. Velden.
Ook de Reiger van 1977 was een hele goede. Hij won 6 eerste prijzen en kwam uit een zoon van de beroemde As van v.d. Velden maal de nestzuster van de eerder vermelde Goede Zwarte. Mijn 020 is nog pas van 1983. Het is een kleinzoon van de As van v.d. Velden maal een dochter van de Witneus van Manen Meulemans die ik voor een fortuin heb gekocht. De 020 won een le provinciaal Orleans en een 2e Prov. Blois plus nog 2 andere eerste prijzen. Ik heb zowel uit weduwnaars als uit kweekduiven goede gewonnen met een lichte voorkeur voor... de weduwnaars!
En geloof me, bij de meeste worden de cracks geboren uit weduwnaars en vaak door toeval. Anders moet men pedigrees van veel beroemde duiven maar eens bestuderen.
De "As" van v.d. Velden, een van de beste duiven die er ooit gevlogen hebben, kwam uit de Dikke van v.d. Velden en werd geboren toen de Dikke nog een jaarling was. Die Dikke met zijn reeks eerste prijzen en dus vader van de As kwam weer uit een duif van 1970! Dus ook uit een jaarling weduwnaar. Verder moet ik inderdaad zeggen dat mijn meeste stervliegers geboren werden door het toeval. De Goede Zwarte kwam uit een bewuste koppeling waarvan ik veel verwachtte. Normaal koppel je goed tegen goede. Van de meeste koppels heb je grote verwachtingen maar de crack is er toch meestal onverwachts en dan vaak nog uit een koppel waarvan je het toch niet direct had verwacht.
Over het algemeen vlogen ze als jonge duif bitter slecht. Maar heel waarschijnlijk ligt dit toch aan mij omdat het jonge duivenspel me niet interesseert. Ik leg me alleen toe op Bourges met de jonge duiven en ik mag wel zeggen met bijzonder groot succes.
Ik speel vŤŤr die Bourges de jongen gewoon op het schabbeke; wel worden die gescheiden. De doffers gaan 3 maal naar de halve fond als jonge duif.
Van die echte winterjongen waren bij mij nog niet heel veel cracks. Ik kweekte over het algemeen de beste duiven uit koppelingen tussen Kerst en Nieuwjaar. Echte winterkweek is dat natuurlijk niet. Wat mijn beste duiven als jong deden kan ik me niet goed meer herinneren eenvoudig omdat het te slecht was om te onthouden.
De nestzuster van mijn Oude Zwarte was wel een super. Op de vluchten en op de kweek. Van de overige ben ik het vergeten.
 
Raoul Verstraete
Mijn beste duiven waren de Gouden Bol, de Meteoor, de Mirage, het Zotje, de Manolito, de Elvis Turbo, de Picco Bello enz. Zij wonnen allen minimaal een eerste prijs op een afstand verder dan 500 km.
Zowel uit weduwnaars als uit kwekers heb ik al goede gewonnen. Vanzelf waren die goede het produkt van bewuste koppelingen want er worden hier alleen jongen aangehouden uit Asduiven of prov. winnaars.
Mijn winterjongen gaven als jonge duif reeds enkele knalprestaties ten beste en met latere gaat dat natuurlijk moeilijk. Onder beide waren goede. Ik kan dus niet zeggen dat uit winterkweek minder of meerdere goede gekweekt worden dan omgekeerd. De nestmaat van de crack is meestal een duivin. Die wordt enkel als jonge duif gespeeld en daarvan herinnert men zich meestal niet zo veel meer. In ieder geval is de nestmaat van de super ook niet automatisch een super.
 
Jan Ouwerkerk
Mijn "27" een rode doffer vloog in de 50-er jaren 14 maal op rij in de eerste 25 in de CC Zuid-Beveland. Ook de "49" was een wonderbare duivin en niet te vergeten de "02". Dit was een vuilblauwe duivin welke als jonge duif reeds een 1e won in de CC Rotterdam en op 10-jarige leeftijd nog op het eerste blad Nationaal Parkestone. Dat zijn de goeie die zo iets kunnen. Daartussen won ze ook nog een 12e Nationaal St. Vincent en een 56e Nationaal St. Vincent. Later waren daar mijn 85 van 1966 en de 31 van 1968. De laatste vloog 8 jaar super. Van nog latere datum zijn er de "55", de superduivin en een heel regiment andere die genoegzaam bekend zijn. Het zijn bijna steeds duivinnen die hier voor stunten zorgden, en dat tegen de weduwnaars. De 2 nieuwe fenomenen die ik nu heb, de "91" (halfzuster superduivin) en de "47" (dochter superduivin) zijn weer duivinnen en wel van 1982.
Ik kweekte goede duiven uit nestduiven, uit weduwnaars en uit kwekers. Maar de meeste toch wel uit de kweekduiven. Er wordt steeds bewust gekoppeld met als stelregel de beste tegen de beste. Merkwaardig genoeg stonden zulke koppels vaak reeds samen als jaarling. Ik wil het geen feeling noemen maar meer een soort voorgevoel.
Mijn beste fondduiven presteerden over het algemeen niet als jonge duif. De vitesse en halve fondduiven waren over het algemeen als jonge reeds veel beter dan de gemiddelde duif. Met de nodige uitzonderingen evenwel.
Mijn 004, 007, de Jong 10 vlogen als jonge duif geen platte prijs en begonnen pas te vliegen als 2-jarige.
In hun geboortejaar werden de beste duiven die ik ooit had meestal gewoon op het schabje gespeeld. En dit tot Corbeil wat voor mij 405 km is.
Ik kweekte goede duiven uit winterjongen en uit voorjaarsjongen. Het maakt allemaal niet veel uit. Wil je uitblinken met de jonge duiven dan meen ik wel dat je wat voorsprong hebt als je met oudere jonge duiven speelt die echter wel terdege getraind moeten zijn.
De nestmaat van de super? Een moeilijke vraag. Als die super er eenmaal is is de nestmaat er vaak niet meer. Verloren, verkocht of wat dan ook. Wel kan ik zeggen dat de nestmaat van mijn superduivin de "55" op het hok Verbarth ook een super was met 9 eerste prijzen. Dit was uiteraard de ... 56!!
 
Theo Hartogs
Mijn beste duiven waren de 33, de Kromme 50, de Ruffec, de wondere 88, de beroemde 41, de Olympiade en nog een heel regiment duiven. Hun ringnummes opnŰemen heeft weinig zin. Ze werden over het algemeen geboren uit de kwekers en dit door toegepaste koppelingen. Van de helft kan ik zeggen dat ze als jonge duif goed vlogen en de rest was als jonge duif matig. Ze werden in hun geboortejaar flink doorgespeeld, over het algemeen het gehele programma. Onder de winterjongen kweekte ik weinig goede. Zeker 90% van de echt goede duiven die ik kweekte waren lente of zomerjongen. De nestmaats van mijn goede duiven waren soms ook goede en soms slechte. Geen vaste regel.
 
 
 
Wegen naar Rome (afl. 3)
 
Welke zaken spelen een rol bij het samenstellen van de kweekkoppels?
 
Gommaar Verbruggen:
De goede soort tegen de goede soort. Ik probeer het vaak zo te doen dat dezelfde duiven in de pedigree van zowel doffer als duivin in de 3e generatie terugkomen. De kleur ogen vind ik wel van belang. Is die eenmaal weg, dan kweek je die niet meer terug. Ik heb een voorkeur voor "zware geelogen" en als het even kan paar ik die met die zware witogen. Pas vooral op wanneer de kleuren van de ogen te fiets worden.
 
Raoul Verstraete:
Dat is zo een twee drie niet te beantwoorden. Eerst moet men weten wat men wil. Wat voor duif streef je na? Vitesse, halve fond of fond? Het speelt een grote rol als je gaat kweken;
Enkele algemene richtlijnen zoals ik e.e.a. zie wil ik wel geven. Hele kleine duiven niet paren met hele kleine. Evenmin grote duiven tegen grote. Zelf zou ik ook nooit geen witogers met elkaar koppelen. Alle nieuwe kruisingen of produkten koppelen met lijnen die men kent. Dus geen 2 nieuwe soorten inbrengen en die tegen elkaar zetten. Iets nieuws inbrengen? Akkoord, maar dan wel paren met de eigen soort en niet met iets ander nieuws dat men inbrengt. Uiteraard moet die gekende eigen lijn een heel goede zijn waaruit gemakkelijk eerste prijsvliegers komen. Zachte pluimen, vooral een goede keel, gesloten ogen en gespierd zijn, zijn factoren die een rol spelen als ik van bepaalde duiven verwachtingen heb.
 
Theo Hartogs:
Voor mij zijn hierbij slechts 2 zaken van essentieel belang. Prestaties en afstamming. Het uiterlijk is daaraan ondergeschikt. Duiven die van bijzonder goede oorsprong zijn en ook nog eens presteren zijn voor mij de duiven waaruit ik bij voorkeur kweek.
 
Jan Ouwerkerk:
Afstamming en prestatie. Zowel de ouders als de grootouders van duiven waaruit ik wens te kweken moeten zeer goed gevlogen hebben. Dit geldt ook bij de aanschaf van duiven. Verder moet "naar eigen gevoel" aan een duif alles "op en aan zitten". Hoewel ik toegeef dat het laatste zeer persoonlijk is.
 
De beste duiven die u ooit had, werden die geboren uit duur aangeschafte duiven of niet?
 
Gommaar Verbruggen:
De vader van mijn Goede Zwarte had ik aangeschaft als plat jong voor een grijpstuiver. Zijn moeder had wel e.e.a. gekost. Verder moet ik zeggen dat mijn beste duiven over het algemeen uit duur aangeschafte
duiven kwamen. Ik moet daarbij wel zeggen dat die dure duiven geen dure jongen waren, geen broers of ouders van superduiven, maar de superduif zelf. Daarmee heeft men het meeste kans.
 
Raoul Verstraete
Cracks stammen veelal af van cracks. Soms van de broer, zuster of kinderen. Liefst toch kweek ik uit de crack zelf. Dit is altijd mijn basisprincipe geweest en een crack kopen kost helaas nogal wat geld.
 
Jan Ouwerkerk
Voordat ik voor mezelf ging vliegen, in de periode met mijn vader, werd er praktisch nooit wat gekocht en dat om de simpele reden dat er geen geld voor was. De goede kwamen uit krijgertjes of sproten voort uit ruilingen. Nu koop ik graag eens wat bij. Maar wat is duur? Ik koop er meestal een tiental tegelijk. Liefst jongen. Bij aanschaf van ťťn jonge duif reken je te zeer op het geluk. Als je 10 jongen koopt van een zeer goed hok moet er bijna iets goeds bij zijn. En dit hoeft ook niet duur te zijn. Tenminste niet als je enkel oog hebt voor de kwaliteit en minder voor de naam.
 
Theo Hartogs:
Ik kan beslist niet zeggen dat de beste duiven die ik ooit had, gekweekt werden uit de duurste duiven die ik kocht. In een grijs verleden ruilde ik zelfs heel goede tegen een
irmankanarie en tegen dozen sigaren. Al geef ik toe dat het thans niet meer zo eenvoudig ligt.
 
Hoe beoefent u het jonge duivenspel en wat gebeurt er met jonge doffers waarvan u veel verwachtingen hebt?
 
Gommaar Verbruggen:
Al beantwoord. Het jonge duivenspel interesseert me niet, behoudens die ene vlucht, Nationaal Bourges. Dit jaar had ik daarop 19 duiven mee en won 15 prijzen te beginnen met de 2e Nationaal van een kleine 30.000 duiven. Die duif won 200.360 frs. hetgeen in sommige kranten als een record werd beschouwd. Mijn 2e duif won de 44e nationaal en won nog 58.850 frs. Alles bij elkaar betekende dit zo'n 600.000 frs. winst. Ik geloof niet dat je zo kunt spelen als je er alles aan doet om elk weekend te presteren. Wel als je je volledig op die ene vlucht concentreert. In 1982 won ik ook de 2e nationaal van ca. 25.000 duiven. Een volle zuster van deze won in 1983 een le nationaal jrl. Bourges en ook nog een 9e nationaal. Een andere zuster won de le prov. Orleans bij buurman Clignet die deze duif van mij bekomen had. Die kreeg hij voor niets en dat omdat ik weliswaar vertrouwen in die duiven had maar meende zelf betere te hebben. Je ziet wat men soms van duiven kent. Met bovenstaande heb ik ook willen beweren dat het vaak in de soort zit. En dat je om een stunt te bewerkstelligen, je moet toeleggen op ťťn enkele vlucht. De prestaties werden overigens gehaald met nazaten van de As en de Kadet van Meulemans. De beste stand is jonge van 4 tot 9 dagen. Jonge doffers worden snel ingehouden, maar ik ben allesbehalve een specialist met jonge duiven.
 
Raoul Verstraete:
De snelheidsvluchten tot 300 km worden gespeeld met gescheiden geslachten. Worden de afstanden groter dan 400 km dan meen ik dat je alleen kans hebt op een topklassering met jongen op eieren of op jongen.
Nieuwe kruisingen worden volledig uitgetest, tot op de nationale fondvluchten toe. Ik eis daarbij dat ze fit thuiskomen en vooral zonder gewichtsverlies.
 
Jan Ouwerkerk:
Het jonge duivenspel interesseert me al enkele jaren niet meer. Vele tientallen duiven inkorven en die 's zondags als een bezetene binnen gaan roepen als die met vele tegelijk aankomen of op het dak blijven hangen is iets waaraan ik al enkele jaren een grote hekel heb. Ik vind het jonge duivenspel allemaal best. Ze zitten gewoon op het schabje en mochten ze graag paren dan doen ze maar. Hoewel ik moet zeggen dat mijn duiven niet zo wild zijn om heel vroeg te paren. Ik interesseer me thans vnl. in de verdere vluchten. Daar met terdege voorbereide duiven heengaan geeft me meer voldoening dan het jonge duivenspel. Ik speel geen jonge duiven die hun 8e pen gegooid hebben en veelbelovende jonge doffers laat ik, uitzonderingen daargelaten, geen grote afstanden doen.
 
Theo Hartogs:
Ik doe geen moeite jonge duiven op nest te krijgen. Als die supergezond zijn "komen" die ook op het schab. Uiteraard moet je ze wel met bijkomende middelen motiveren. De relatie met de melker is bv. van enorm belang. Veel bij de duiven komen en er een goed contact mee hebben. Enkele dagen vůůr een vlucht scheiden en vlak voor het inkorven weer bij elkaar laten, heeft bij mij overigens al tot mooie successen geleid. Ik vind wel dat je duiven de ervaring die ze in hun geboortejaar opdoen op latere leeftijd goed kunnen gebruiken. Ik speel ze dan ook zo veel mogelijk door.
 
Wanneer worden de kwekers samengezet en hoe worden de doffers op weduwschap gezet?
 
Raoul Verstraete:
De kwekers worden omstreeks 25 nov. bijeengezet. Voordeel met dit systeem is dat ook de 2e ronde nog zeer vroege duiven zijn, feitelijk nog winterjongen. Mijn weduwnaars zet ik pas bijeen omstreeks 10 april. Die worden vervolgens opgeleerd als ze op eieren zitten en vervolgens gaan ze zo op weduwschap. Zonder jongen groot te brengen. Van enkele worden de eieren verlegd.
 
Gommaar Verbruggen:
Normaal koppel ik de kwekers tussen kerst en nieuwjaar. Alleen dit jaar is het wat eerder gebeurd, nl. begin december (noot van de schrijver: dan heeft hij gezien de na nieuwjaar invallende winter wel heel veel geluk gehad).
De weduwnaars worden steeds tussen kerst en nieuwjaar gekoppeld. Ze brengen daarbij een jong groot en de duivin wordt niet de kans gegeven (tijd gegund) een tweede keer met eieren te komen. Een maand voor het spel gaan ze dan weer bijeen, 10 dagen broeden en dan "los". Ik haal op donderdag altijd de duivinnen weg. Zaterdag wordt er dan ingemand en "op het lopen van de eieren" heb ik altijd mijn grootste stunten uitgehaald. Ik moet wel zeggen dat ik de fluit gebruik als ik dan de duiven in mand. Altijd wanneer de doffers hun duivin zien zal ik fluiten. De fluit horen is de duivin zien. Ze komen met dit systeem ook 's zondags razendsnel binnen. Dat fluiten vind ik belangrijk. Waarom roep je bij de jonge duiven "kom kom" als ze voer krijgen en doe je niets als de doffers hun duivin krijgen? De duiven hebben dit ook heel gauw beet en die eerste vlucht weten de oude reeds wat er gaat gebeuren. Ze horen de fluit en dat betekent dat de duivin daar is. Het motiveert geweldig. Ik heb dit geleerd van Ducheyne.
 
Jan Ouwerkerk:
Ik had de gewoonte de kwekers begin december samen te zetten. Ik zou dit nog wel doen als ik niet die verkoop van late jongen had. De laatste jaren echter houd ik een publieke verkoop van late jongen (steeds met verbluffende opbrengst) en die "laten" worden er pas ongeveer 5 oct. afgehaald. Uiteraard kun je met de ouders er van niet aan winterkweek doen. Nu wordt het wat de kwekers betreft meestal januari. De doffers werden de laatste jaren op verschillende wijze op weduwschap gezet. Het blijkt totaal geen verschil te maken op een voorwaarde, dat de vorm er is.
Foto: Peter v. Raamsdonk.  Jan Ouwerkerk en zijn stervliegers.
 
Theo Hartogs:
Ik zet de kwekers normaal half december samen. Hoewel ik een jonge duivenspecialist ben, weet ik dat anderen die wensen uit te blinken met de jonge duiven nog 3 weken eerder koppelen. Ik geloof echter niet dat het belang heeft die 3 weken verschil, om met de jonge duiven uit te blinken. Sommigen worden, dat zie je vooral in BelgiŽ, al zenuwachtig als ze hun jonge duiven ťťn dag later ringen dan de sportgenoten.
Voordeel van iets later koppelen is ook dat het vaak al wat beter weer is als de jonge voor het eerst kennis maken met de buitenlucht.
De weduwnaars gaan op weduwschap op jongen van een tweetal weken. Aanvankelijk motiveert dat de gehechtheid aan het jong, en langzamerhand rijpt dan het verlangen naar de duivin. Ik ben met dit systeem altijd goed geweest.
 
 
Wegen naar Rome (afl. 4)
Worden de duivinnen voor het vertrek van de weduwnaars getoond en hoe lang mogen ze bij thuiskomst samen blijven?
 
Gommaar Verbruggen:
Ik toon de duivinnen altijd maar sta niet toe dat er getreed wordt. De duur van het samenzijn na de vlucht hangt af van de vlucht zelf en de tijd van het weduwschap. Of ze pas of al enkele maanden weduwnaar zijn maakt verschil. Ook de duur en de zwaarte van een concours. Als de duivinnen weer de ren in gaan is het wel mijn gewoonte de dof- fers allemaal een warm bad te geven. Gedwongen. Ik geloof stellig in de heilzame werking hiervan en het maakt de doffers ook onmiddellijk weer kalm.
 
Raoul Verstraete:
De duivinnen worden voor het vertrek steeds getoond. Na de vlucht blijven de paren 30 ‚ 60 minuten samen. Het hangt af van de omstandigheden. Na een aantal vluchten doe ik echter de moeite niet meer al de doffers hun duivin te tonen. Ik smijt een vijftal duivinnen op het hok vlak voor de doffers worden ingemand en dit moet voldoende zijn om heel het hok te motiveren en te stimuleren.
 
Jan Ouwerkerk:
De duivinnen worden altijd en immer getoond voor het vertrek. Dit zelfs vrij lang. Ik kijk er verder niet naar of ze treden of niet omdat de ondervinding me geleerd heeft dat het geen belang heeft.
Na de vlucht is het telkens weer verschillend. Ik speel totaal weduwschap en dit tot 1000 km toe. Het spreekt vanzelf dat op die verdere vluchten niet steeds alle duiven op pakweg een half uur thuis zijn. Als bijna alles thuis is worden ze gescheiden. Ik geloof niet dat het op een minuut steekt maar over het algemeen kun je wel stellen dat de duiven na het concours vrij lang samen blijven.
 
Theo Hartogs:
De duiven worden ten allen tijde getoond voor het inkorven. Dit varieert van 5 tot 10 minuten, dus niet te kort.
Bij een snel verloop van de vlucht mogen de geslachten maar heel even samen blijven. Pakweg een kwartier. Bij een slecht verlopen vlucht mogen ze tot enkele uren bij elkaar blijven.
 
Hoe handelt u als een hok weduwnaars niet marcheert?
 
Gommaar Verbruggen:
Wel, dit jaar ben ik niet goed van start gegaan. Ik denk omdat de duiven er in de winter te mooi bij zaten. Wel, in zulke periodes dat het minder gaat, houd ik de duiven 2 weken thuis en voer zeer licht. Ik laat ze ook minder trainen.
Je moet nl. weten dat ik met de vlag train. Geloof je dat het laatste belangrijk is?
Wis en zeker. Ik heb het geleerd van Maurice v.d. Velden en het is toch algemeen bekend dat v.d. Velden een van de fijnste liefhebbers van het land is met zolang die al duiven heeft onvoorstelbare uitslagen. Ik geloof dat hij 100% gelijk heeft. In andere sporten wordt er toch ook gedegen getraind voor aan competities wordt deelgenomen. Met de vlag trainen is wel een uiterst gevaarlijk wapen voor liefhebbers die wat nonchalant zijn. Je moet er een zekere feeling voor hebben hoe lang zo'n training duurt. Heel belangrijk is dat je op het juiste moment stopt en ze niet overtraint want dan is alles "naar de vaantjes" (leuke woordspeling dit).
Vroeger trainde ik met open venster, nu moeten ze als alles in orde is 1 uur vliegen.
 
Raoul Verstraete:
Ik aarzel in zulke gevallen niet onmiddellijk de dierenarts te raadplegen.
 
Jan Ouwerkerk:
Als het niet marcheert zou ik de duiven 1 ‚ 2 weken thuis houden en zeer licht voeren. Tijdens die rustperiode lap ik dan de duiven wel enkele malen en ze krijgen 14 dagen thee voorgeschoteld. Eveneens 2 maal per week peen. Ik geloof stellig dat het een heilzame invloed heeft op de gezondheid van de duif.
 
Theo Hartogs:
Ik zou er in zo'n geval alles aan doen om de duiven weer te motiveren want het ineenzakken van de vorm heeft soms alles met demotivatie te maken. Het aanscheppen van de jaloezie is daarbij een dienstbaar hulpmiddel.
 
Hoe worden de weduwnaars gevoerd?
 
Gommaar Verbruggen:
Na thuiskomst van de vlucht staan ze op rantsoen en krijgen een kunstkorrel die uit Duitsland komt (Galina wat ik van Bosmolen betrek. William Geerts geeft dezelfde korrel). Verder naast die korrel gerst en niet anders dan gerst. In ieder geval ben ik er een absoluut tegenstander van de duiven op zondag na thuiskomst van de vlucht honger te laten lijden. Geleidelijk worden de duiven dan opgevoerd. Verplicht trainen met de vlag zoals dat bij mij gebeurt heeft in ieder geval als groot voordeel dat je niets van voeren hoeft te kennen. De weduwnaars eten altijd!!
 
Raoul Verstraete:
Normaal kregen mijn duiven (weduwnaars) in de winter 1 keer per dag lichte kost. Verleden jaar ben ik die dan in de winter volle bak gaan geven en het is me goed bevallen.
Vooral bemerkte ik dat de duiven aldus veel minder aten en dat kan niet slecht zijn. In het seizoen krijgen de weduwnaars de laatste 3 dagen voor het inkorven volle bak (vluchtmengeling). Ik moet er wel bij vermelden dat er bij mij altijd zuivering op het hok staat en geen enkele duif dus honger hoeft te lijden. Dat laatste komt dan omdat de duiven die naar de halve fond en de fond gaan hier op hetzelfde hok zitten.
 
Jan Ouwerkerk:
Over het algemeen worden de weduwnaars zeer licht gevoerd. Na thuiskomst van de vlucht, rijst, snoep en zuivering of gerst. De dag nadien een beetje mengeling erbij. De tweede dag half zuivering of gerst en half mengeling met snoep. De rest van de week identiek. De duiven worden hier altijd "graag" gehouden door ze vrij licht te voeren. Ik moet er wel bij vermelden dat bij mij een duif nooit 2 maal per dag los gaat (totaal weduwschap). De doffers en de duivinnen worden hetzelfde behandeld. Verder krijgen de duiven elke dag afzonderlijk grit en roodsteen toebediend.
De zoon 46 Verbarth. De 46 won 15 maal 1e, een pure Janen via Klak uit Vechter x Witpenneke.
De "zoon 46" werd een superkweker bij Ouwerkerk.
Foto: Peter van Raamsdonk.
 
Theo Hartogs:
Ik voer altijd Vrij licht.
 
Hoe worden de weduwnaars getraind (opgeleerd)?
 
Gommaar Verbruggen:
Ik maak daar niet zo heel veel werk van. Ze worden gelapt op 20 km. Gaan dan ineens naar Quivrain wat voor mij 120 km is. Vervolgens naar Noyon (200 km) en zo naar de halve fond.
 
Raoul Verstraete:
Voor de oude duiven is dat als volgt: 40 km, 80 km, 120 km, 310 km. Dus in vrij grote sprongen. Met de jonge duiven handel ik anders. 20 km, 40 km en vervolgens 3 maal 80 km voordat ik die verder draag. En indien enigszins mogelijk worden ze op die 80 km nog afzonderlijk gelost ook.
Vervolgens 1 maal 120 km, 200 km en het spel zit op de wagen.
 
Jan Ouwerkerk:
Ik breng mijn duiven een 3-tal malen ongeveer 50 km weg. Ook de duivinnen, maar die laat ik dan ongeveer 10 minuten voor de doffers vrij. Veel werk maak ik er dus niet van.
 
Zitten de weduwnaars wel of niet verduisterd?
 
Gommaar Verbruggen:
Mijn weduwnaars zitten niet verduisterd. Wel zijn de ramen gekalkt om te voorkomen dat ze afgeleid worden door wat buiten gebeurt.
 
Raoul Verstraete:
Overdag is er niet verduisterd tenzij bij zeer warm weer om de grootste hitte wat buiten te houden. 's Avonds en 's morgens vroeg is er wel verduisterd om de nachten en aldus de volledige rust wat te verlengen.
 
Jan Ouwerkerk:
Ik ben voorstander van licht op het hok en derhalve is bij mij niets verduisterd.
 
Theo Hartogs:
De hokken worden een beetje verduisterd zonder te overdrijven.
 
 
 
Wegen naar Rome (afl. 5)
 
Hoe is de verluchting op het hok van de weduwnaars? Is die hetzelfde als op het hok van de jonge duiven?
 
Gommaar Verbruggen:
De hokken zijn alleen via het dak verlucht. V66r is het ongeveer 1.20 meter open. Bij de jonge is dit nog aanzienlijk meer.
 
Raoul Verstraete:
Ik denk dat de verluchting op mijn weduwnaarshokken beter kon, hoewel de weduwnaars toch buitengewoon presteren. Probleem bij mij is dat de jonge duivenhokken zich boven de weduwnaarshokken bevinden hetgeen mij beperkt in mijn mogelijkheden om de verluchting te regelen zoals ik dat graag zou willen. Men kan zeggen dat op de weduwnaarshokken amper verluchting is. Op de jonge duivenhokken is die m.i. perfect! De jonge duiven beschikken over bijna evenveel zuurstof als dat in de buitenlucht het geval zou zijn. Eerlijk gezegd zo ik met de jonge duiven het liefst spelen in een open buitenren.
 
Jan Ouwerkerk:
De verluchting op de weduwnaarshokken is te verwaarlozen. Op de jonge duivenhokken is wel sprake van enige verluchting. Ofschoon ook niet overmatig.
 
Theo Hartogs:
Ik werk veel met schuiven en regel de verluchting naargelang de omstandigheden. Bij koud weer gaan de hokken nagenoeg helemaal dicht. Bij zeer warm weer werk ik met gazen horren. Mijn hokken voor jonge duiven en weduwnaars zijn hetzelfde.
 
Hoe dikwijls per jaar komt u bij een dierenarts?
 
Gommaar Verbruggen:
Ik ben erg goed bevriend met Armand Scheers van Bosmolen die mijn duiven onder controle heeft zoals dat ook bij William Geerts het geval is. Mestonderzoek vindt dan ook zeer regelmatig plaats. Verder worden een drietal keer per jaar een aantal duiven zelf onderzocht.
 
Jan Ouwerkerk:
Zelden of nooit. Misschien eens op de vijf jaar als ik zelf niet meer weet wat er eventueel kan schorten.
 
Raoul Verstraete:
Drie a vier maal per jaar.
 
Theo Hartogs:
Indien nodig.
 
Dient u ooit medicijnen toe zonder een dierenarts te raadplegen?
 
Gommaar Verbruggen:
In de winter is er de klassieke geelkuur en ook in het seizoen houd ik "het geel" zelf bij.
 
Raoul Verstaete:
Ja, ik kuur voorbehoedend wanneer ik denk dat het nodig is.
 
Jan Ouwerkerk:
Elk jaar heb ik weer problemen met de jonge duiven die op de daken allerlei rotzooi pikken, vnl. mos. Ik geef dan een kuur van drie dagen met altabactine. De oude duiven pikken ook wel eens van die troep maar schijnen er immuun voor te zijn en worden derhalve niet behandeld. De jonge duiven kuur ik dan inderdaad zonder een dierenarts te raadplegen.
 
Theo Hartogs:
Indien ik dat zelf nodig acht dien ik inderdaad medicijnen toe zonder een dierenarts te raadplegen. Maar daarvoor moet je wel melker zijn en ik wil het onervaren liefhebbers niet aanraden. Je moet, om aldus te kunnen handelen, over een buitengewone opmerkingsgave beschikken en werkelijk alles op het hok zien. Ik zie bij het betreden van het hok al of de duiven evt. gekuurd zouden moeten worden tegen tricho of cocc en doe dat ook wanneer ik het nodig acht.
 
Wat is uw mening over die zgn. ontsmettingsmiddelen na de vlucht?
 
Gommaar Verbruggen:
Ik moet er absoluut niets van weten.
 
Raoul Verstaete:
Ik vind dit absolute noodzaak, maar niet direct na thuiskomst van de duiven want dan drinken ze mogelijk wel 2 ‚ 3 maal meer dan normaal.
De beroomde "Triller" van Raoul Verstraete
 
Jan Ouwerkerk:
Na vluchten van 2 of meer nachten mand krijgen mijn duiven al sinds 6 jaar een ontsmettingsmiddel in het water en dit gedurende een a anderhalve dag. Schade zal het zeker niet kunnen want duiven van 7 jaar vliegen hier nog pure kop en dat op alle afstanden. En het klinkt misschien wel raar, maar bij de jonge duiven doe ik niets. En mogelijk handel ik in deze wel in strijd met de meeste sportgenoten.
 
Theo Hartogs:
Na de concoursen krijgen mijn duiven inderdaad meestal ontsmettingsmiddelen toegediend zoals die in de handel verkrijgbaar zijn.
 
Zit er een bepaald systeem in het kuren tegen de. diverse duivenziektes?
 
Gommaar Verbruggen:
Cocc en wormen alleen als het nodig is. Tegen paratyphus wordt niet opgetreden en tegen pokken wel. Wat paramyxo betreft: 1 keer de spuit en vervolgens de drinkwaterkuur en de ogen en de neus. Tricho wordt systematisch mee bijgehouden.
 
Raoul Verstraete:
Mijn duiven worden ongeveer 3 maal per jaar tegen de meest voorkomende ziektes gekuurd.
 
Jan Ouwerkerk:
Ik weet dat niemand mij gaat geloven maar ik kuur nooit. Als Bergerac voorbij is komt er ook geen ontsmetting meer in het water. Of ik zou natuurlijk een ziekte onder de duiven moeten krijgen. (Noot van A.S. Ik heb Jan zijn duiven al vaak gezien en elke keer verbaas ik me weer over de ongelooflijk goede staat van gezondheid).
 
Theo Hartogs:
Tricho moet je zelf regelmatig bijhouden, tegen andere ziektes alleen kuren indien nodig.
 
Bent u voor- of tegenstander van gerst?
 
Gommaar Verbruggen:
Ik vind gerst een zeer goed voer voor duiven.
 
Raoul Verstraete:
Gerst is de beste barometer bij het voeren.
 
Jan Ouwerkerk:
Ik ben een zeer groot voorstander van gerst.
 
Theo Hartogs:
Goede gerst is goud voor de duiven. 100 % voor gerst!!
H-82-2154725 't Nationaaltje van Hartogs: Ie Nationaal Orleans 71.797 duiven
 
Krijgen uw duiven vitamines? Zo ja, hoe en wanneer?
 
Gommaar Verbruggen:
Mijn duiven krijgen 1 maal per week vitamines en 2 maal per week mineralen. Op te merken valt dat ik dat nooit via het drinkwater doe maar altijd over het voer. Ik vind dat in de drinkbak schoon water hoort.
 
Raoul Verstraete:
Zowel mijn kwekers als mijn vliegers krijgen een dag per week vitamines toegediend.
 
Jan Ouwerkerk:
Mijn duiven krijgen nooit geen vitamines. Ik heb het wel uitgeprobeerd zoals ik bijna alles uitprobeer. Ik zie er echter het nut niet van in.
 
Theo Hartogs:
Als de vluchten wat verder worden krijgen mijn duiven een dag, in het begin van de week, vitamine B-complex toegediend.
 
Wat geeft u uw duiven nog behalve voer en vitamines? We denken aan thee, knoflook, honing, biergist, glucose, brood etc.
 
Gommaar Verbruggen:
In de winter een maal per week thee. Ik gebruik "lopende" biergist rechtstreeks van de brouwerij en incidenteel knoflook. Glucose nooit.
 
Raoul Verstraete:
Na de vlucht glucose of honing. Jonge duiven na de vlucht "iets" tegen het vliesje.
 
Jan Ouwerkerk:
Bij thuiskomst druivensuiker, ook wel een peentjes en thee.
Het kurkdroge zolder van Jan Ouwerkerk. Let op de verluchting.
 
Theo Hartogs:
Ik zweer bij een produkt dat ik al vele jaren gebruik en liefhebbers die hier vaak op bezoek komen weten dat ik het goud vind voor de duiven: Een sap in het water, geperst uit knoflookballen, uien en wortelen. "Geen goud zo goed".
 
 
 
Wegen naar Rome (afl. 6)
 
Worden uw duiven al vroeg gescheiden of laat u ze betrekkelijk lang bij elkaar?
 
Gommaar Verbruggen:
Na een ronde late gaan mijn duiven uit elkaar. Dat is dus vrij vroeg. Pak maar half sept.
 
Raoul Verstraete:
Ik ben voor Vrij vroeg scheiden. In sept. Het is de ruitijd en dat is de tijd van kalmte, ontspanning, vrijheid en rust. Dat krijg je door de duiven te scheiden en niet constant te laten jagen en jongen groot brengen.
 
Jan Ouwerkerk:
Ik ben voor vroeg scheiden. Dat gebeurt direct na de laatste ronde die vaak publiek wordt verkocht. Het is dan veel rustiger op het hok wat een goede rui beslist ten goede komt.
 
Theo Hartogs:
Mijn duiven worden vroeg gescheiden. Uiterlijk half sept. Dit ook met het oog op de winterkweek (koppeling reeds haf dec.).
 
Hoe zagen de beste duiven er uit die u ooit had? Hadden die speciale kenmerken op eigenschappen?
 
Gommaar Verbruggen:
Mijn Goede Zwarte was heel diep en heel lang. Hij had ook een daarbij passend lang borstbeen. Over het algemeen waren de goede duiven die ik in de loop der jaren kweekte allemaal nogal aan de diepe kant. Ik heb weinig cracks gekweekt die bang waren. Integendeel, de meeste waren makker dan de gemiddelde duif.
 
Raoul Verstraete:
Crackduiven vind je onder alle types, zonder dat men ooit zeker is een crack in handen te hebben! Van een duif kun je zeggen dat die alles heeft om een goede te zijn, wat echter nog niet wil zeggen dat het daarom ook een goede is!! Anderzijds zijn er wel duiven dat zeker gťťn goede kunnen zijn: Ik denk aan duiven met een slechte keel, slechte pluimage, slap beenderstelsel, geen evenwicht. Een specifiek model voor de crackduif bestaat echter niet.
 
Jan Ouwerkerk:
Een heel enkele keer kun je zo de klasse aan een duif zien. Bv. mijn superduivin. Die hoef je niet in handen te nemen. Die heeft een zekere uitstraling die haar onderscheidt van andere duiven. Ik denk echter dat bij minstens de helft van de echt goede duiven geen bijzondere kentekens waar te nemen zijn. Het zijn duiven zoals andere zonder al te grote fouten.
Jan Ouwerkerk
 
Theo Hartogs:
Uiterlijk is het zeer moeilijk te beoordelen of een duif een crack is. Wel wat betreft het karakter. Mijn beste duiven gedroegen zich een beetje overheersend. Ik zag aan de meeste goede steeds wel iets aparts in hun manier van doen. Vooral als ze in grote vorm waren.
 
Slaagden sportgenoten er in bij U de beste duiven aan te duiden?
 
Gommaar Verbruggen:
Niemand haalt die met 100% zekerheid uit je hok. Maar in deze moet je heel voorzichtig zijn. Sommigen zijn bijzonder handig. Ze kijken hoe oud een duif is en als je op een hok van een kampioenspeler een duif van 6 jaar in handen krijgt is het vanzelf een goede.
Ze weten ook heel goed jou zelf te bestuderen als je een heel goede duif pakt. Het zijn meer psychologen die aan de manieren van de baas zien of ze met een goede duif te doen hebben. Ik geloof er echter niet in dat iemand met zekerheid een goede duif aan kan wijzen.
 
Raoul Verstraete:
Niemand kan van een duif zeggen of het een goede is en zeker niet de duiven rangschikken naar kwaliteit. Ik kan het zelf nog niet op eigen hok met de uitslagen in de hand. Het ligt er immers maar aan wat voor criterium je aanhoudt. De ene duif is beter op 200 km, de andere van 300 tot 500 km en een derde van 600 tot 900 km. Sommigen zijn beter bij kopwind, anderen bij staartwind. Zeg dan maar eens welke de beste zijn. Het is allemaal zo subjectief.
 
Jan Ouwerkerk:
Ik denk dat er maar heel weinig melkers zijn die iets van een duif kennen. Ik moet er echter wel aan toevoegen dat ik hoogst zelden met melkers mijn beste vliegduiven ga pakken. Ik ben totaal niet geÔnteresseerd in de mening van andere omdat ik vind dat toch niemand "het" kan zien.
Als ik al eens duiven laat zien dan is het om zo'n bezoeker een plezier te doen. Niet uit belangstelling voor zijn mening.
 
Theo Hartogs:
Niemand maar dan ook niemand is bij machte een goede duif met zekerheid te onderscheiden van een slechte. Mijn "88", die is over bekend, zat als jonge duif tussen een aantal andere waaruit men kon kiezen. Ze lieten hem allemaal zitten.
De stamvader van zijn hok, de "33", daar weigerde men als jonge duif zelfs 50 gulden voor te betalen. "Te min" vond men en men liet hem zitten.
 
Schaft u regelmatig duiven aan en als u eens iets bij haalt? Hoe gaat u dan te werk?
 
Gommaar Verbruggen:
Nadat ik voor een bom geld de "Witneus" kocht bij Manen Meulemans heb ik slechts zeer sporadisch iets bijgehaald. Als ik dat doe dan kijk ik naar de prestaties, het model en de afstamming. Ik kan wel adviseren nooit geen crackduif te kopen die geen goede broers of zusters heeft. Een crack met goede broers of zusters geeft veel meer kansen in de kweek.
 
Raoul Verstraete:
Ik koop elk jaar een 4-tal duiven bij. Die moeten een uitzonderlijke palmares hebben. Ze hoeven niet mooi te zijn maar mogen anderzijds ook geen lichamelijke gebreken vertonen. Hun afstammelingen worden terdege
uitgetest voor ze onder de eigen stam gemengd worden.
 
Jan Ouwerkerk:
Wie niet bijzoekt in de overtuiging dat hij de beste heeft gaat onherroepelijk achteruit Ik
koop het liefst een behoorlijk aantal jongen op een hok van iemand die al vele jaren keihard speelt.
Koop je er een 5 of 10 tal dan is de kans veel groter dat er enkele waardevolle elementen bijzitten. Vanzelfsprekend moeten ook de duiven van zo'n man me aanstaan. Een heel enkele keer koop ik op een verkoop een jonge duif uit een uitzonderlijk kweekkoppel, maar weer, die moet me dan buitengewoon aanstaan. Afgelopen jaar ging ik nog naar een verkoop van een zeer beroemde Belg om iets uit zijn beste kweekkoppel te kopen De verkoop was nog maar amper begonnen of ik vertrok weer. De gezondheid van de duiven beviel me niet 100% en dat is voor mij al te veel om nog vertrouwen te hebben. Nadien hoorde ik dat de jongen die ik wilde voor gigantische bedragen verkocht zijn. Voor sommigen heeft het dus blijkbaar minder belang hoe die gezondheid is, als er de afstamming maar is. Wat dat betreft ben ik dus duidelijk anders. Oude duiven koop ik zelden omdat ik vind dat een duif die je wil hebben meestal te duur uitvalt Wel moet ik zeggen dat ik wel eens iets leen voor samenkweek.
Ouders Fenomeentje "91" Ouwerkerk
Stamduivin H73-488433 dochter "57" Verbart met H81-168395 kleinzoon "46" Verbart
 
Theo Hartogs:
20 Jaar heb ik geen duiven bijgehaald. De inteelt werd echter te intensief, daarom heb ik de laatste jaren van sterkspelende hokken bloedverversing gehaald. Ik heb alleen duiven bijgehaald van hokken met Janssen of liever nog met Klakduiven. En dan moesten er ook nog de prestaties zijn!
               
 
 
Wegen naar Rome (afl. 7)
 
Kan volgens u een goede duif alles of blinkt die enkel uit op een bepaalde afstand?
 
Gommaar Verbruggen:
Een echte goede moet kop kunnen vliegen van 100 tot 600 km. Dit bij 60 km per uur maar ook bij 120 km per uur. Of zulke duiven op nog verdere afstanden ook nog zouden presteren of dat je er andere duiven voor moet hebben, durf ik niet te zeggen om de eenvoudige reden dat ik er geen ervaring mee heb.
 
Raoul Verstraete:
De meeste cracks zijn, wat ik zou willen noemen, afstandsgebonden. Een hoogst enkele keer komt het voor dat een duif het levenslicht ziet die op alle afstanden een 1e kan winnen. Mijn Elvis was zo'n duif. Zie maar eens naar diens palmares.
 
Jan Ouwerkerk:
Mogelijk zijn er duiven die alles kunnen. Maar daar kom je niet zo gauw achter. Als je een supercrack hebt die schittert van 100 tot 700 km, dan benje wel erg roekeloos als je die ook nog eens op overnachtvluchten zet.
Anderzijds ben ik er wel van overtuigd dat een specifieke overnachtduif maar hoogst zelden een goede vitesseduif of midfondduif is.
Het kweekhok van Ouwerkerk. Een schitterende aanblik.
 
Theo Hartogs:
Een zeer goede duif, mits goed voorbereid, moet m.i. alle afstanden aankunnen.
 
Kijkt u naar de kleur van de ogen bij het samenstellen van de kweekkoppels?
 
Gommaar Verbruggen:
Zeer zeker. Ik zie graag rijkgekleurde ogen. Welke kleur het dan is speelt geen rol, echter met een lichte voorkeur voor zware geelogen.
 
Raoul Verstraete:
De kleur speelt totaal geen rol, alleen zou ik geen 2 witogers tegen elkaar zetten.
 
Jan Ouwerkerk:
De kleur van de ogen heeft geen enkel belang
 
Theo Hartogs:
Ik hecht niet de minste waarde aan de kleur van een duivenoog.
 
Wat is uw mening over de droge mestmethode?
 
Gommaar Verbruggen:
Volledig tegen.
 
Raoul Verstraete:
Hoewel ik toegeef dat een duif niet graag gestoord wordt in haar milieu (door het poetsen dus), sta ik absoluut negatief tegenover de droge mestmethode.
 
Jan Ouwerkerk:
De droge mestmethode is m.i. een ideale methode voor luie melkers. Maar ik moet de eerste liefhebber nog tegenkomen die het vele jaren volhield met dergelijk systeem. We hebben het hier wel over een all-rounder zoals ik die op alle afstanden presteert. De uitwerpselen vormen voor mij de graadmeter van de gezondheid. Bij de droge mestmethode wordt het moeilijk die een of twee duiven, die niet helemaal 100% zijn, er uit te halen. Ik ben zeer fel tegen.
 
Theo Hartogs:
Ik verkies het systeem van de Janssens. Dat is poetsen. Al is het van de morgen tot de avond.
 
Waarin onderscheidt een vedette in de duivensport zich volgens u van een eeuwige verliezer?
 
Gommaar Verbruggen:
Een vedette beoefent zijn hobby met volledige overgave. In de duivensport zul je het zelf moeten maken en goede duiven alleen zijn verre van toereikend. Iemand die zich niet heel veel kan ontzeggen en die te beroerd is zich grote opofferingen te getroosten kan mogelijk wel plezier aan de sport beleven maar voor hem is geen vedetterol weggelegd.
 
Raoul Verstraete:
Ik denk dat kampioen zijn in de duivensport een gave is.
- Het vereist eerst en vooral een zeer goede opmerkingsgeest.
- Je moet er een zekere feeling voor hebben. Je moet over bijzonder veel wilskracht en doorzettingsvermogen beschikken. En vooral tegenslagen kunnen verwerken.
- De dag dat de melker denkt "ik heb de beste duiven en ik "ken het ", dan is dat de eerste dag van zijn "teloorgang".
 
Jan Ouwerkerk:
Een vedette is iemand die 365 dagen per jaar zijn best doet voor de duiven. Het is ook iemand die bezeten is van een verlangen nog betere duiven te krijgen. Hij moet een zekere feeling hebben voor de duif en vooral ... Als hij getrouwd is moet zijn gezin achter zijn sport staan of anders wordt het al een heel stuk moeilijker zo niet onmogelijk om een hele grote te worden.
Hij moet ook veel leren en trachten op de hoogte te blijven wat er zich in de duivensport allemaal afspeelt en voordoet. Het is ook om die reden dat ik altijd zo'n supporter ben geweest van de Vredesduif die nooit op mij een vergeefs beroep heeft gedaan. Prima zo'n krant voor ambitieuze liefhebbers.
H79-1233855 "Superduivin" van Jan Ouwerkerk. Ze combineert klasse en schoonheid.
 
Theo Hartogs:
Een goed presterend liefhebber is meestal al bij zijn duiven als een "slecht" liefhebber nog in bed ligt. Hij ziet alles al bij het betreden van het hok. De gedragingen van de duiven en vooral de gezondheid worden elke dag weer zorgvuldig geobserveerd. Hij bezit het vermogen direkt in te grijpen als er iets hapert. Een liefhebber die geen successen kent, ziet meestal te laat. Hij merkt te laat dat de duiven gekuurd hadden moeten worden. Hij merkt te laat dat de vorm er is of er niet meer is. Hij merkt te laat dat een duif een goede of een -slechte kweker is!
In al deze zaken is een goed liefhebber juist iets vlugger bij de zaak.
 
 
 
Wegen naar Rome (slot)
 
Wat heeft een vergelijking van de ideeŽn en systemen van een 4-tal "kampioenen door de jaren heen" ons geleerd?
Wel, dat hangt ten dele af van wat je verwachtte. Persoonlijk heb ik me niet verbaasd over bepaalde tegenstellingen en tegenspraken. Maar als die mensen verschillende ideeŽn hebben, verschillend handelen, dan is zelfs hier iets van te leren. Vooral voor beginnende liefhebbers.
Als men iets begint en men wil daarin succes hebben dan kijkt men in alle sporten hoe de hele groten dat doen. Russen komen hier kijken hoe onze schaatsers trainen. Wij gaan naar Canada, om de fijne kneepjes van het ijshockey te lťren enz.
En hoe zit het nu met de duiven? Nogmaals is duidelijk gebleken dat successen behalen in een sport als de onze op talloze manieren kan. Het mag een geruststelling zijn.
Wat ook duidelijk naar voor kwam in de reeks artikelen is de enorme rol die de 4 vedetten die we aanhaalden zich zelf als melker toebedachten. Theo Hartogs, Jan Ouwerkerk, Gommaar Verbruggen en Raoul Verstraeten, zij allemaal beweren dat een vedetterol enkel is weggelegd voor diegenen die zich met volledige overgave aan de sport wijden.
Is het U te veel? Kunt U het niet opbrengen zo veel voor de duiven te doen als deze mensen? Wel, ongetwijfeld kunt U nog veel plezier aan Uw hobby beleven, maar een blijvende toonaangevende rol is voor U in de duivensport niet weggelegd.
Overigens zijn er toch een aantal merkwaardige zaken te noteren.
- Het tonen van de duivinnen voor het vertrek. Vooral in BelgiŽ wordt het steeds meer mode de weduwnaars hun duivin niet te laten zien voor het vertrek. Merkwaardig is daarom dat al de aangehaalde sterspelers wel voorstander zijn van de duivin te tonen. Hetzelfde geldt trouwens ook voor een William Geerts zoals U onlangs kon lezen.
-Voeren: we lezen het in bijna elke reportage en het wordt nogmaals bevestigd: licht voeren aan het begin van de week en geleidelijk aan zwaarder lijkt een handelswijze van alle goede spelers.
- Verluchting: Een weduwnaarshok lijkt zonder veel verluchting te kunnen. We zien echter ook nu weer dat de hokken van de jonge duiven veel sterker verlucht zijn.
- Geneeskundige begeleiding: de bond van de "graan en watermannen" lijkt inderdaad uitgestorven. Jan Ouwerkerk staat er misschien nog het dichtst bij maar die houdt de duiven "na de vlucht mee bij" door een ontsmettingsmiddel toe te dienen. Opvallend is wel hoe enkele sterspelers er niet voor terugdeinzen om eigen dokter te spelen als er iets aan de duiven hapert.
- Vitamines: Ze lijken ingeburgerd in de duivensport. Alleen Jan Ouwerkerk dient ze nooit toe. Woensdag lijkt de meest aangewezen dag.
- Gerst: Frappant is hoe al de vedetten die we aanhaalden een geweldige voorstander zijn van gerst. Men vindt het "een barometer bij het voeren" en men is het er algemeen over eens dat als men vrij veel gerst geeft men minder gemakkelijk fouten maakt.
- Andere produkten: Thee, glucose, enz. wordt door de ene kampioen wel gegeven door de andere niet. Het schijnt zonder die soms veelgeroemde bijprodukten dus ook best te gaan.
- Superduiven: Waren wat betreft "gerst" de oordelen van de sterspelers die we raadpleegden eensluidend, dan geldt datzelfde omtrent onze kennis van de duif.
Zonder uitzondering verklaarde men dat niemand, maar dan ook niemand met zekerheid een goede van een slechte duif kan onderscheiden. Sommigen beweren dat men van bepaalde duiven wel met zekerheid kan zeggen dat die zo weinig heeft van wat een goede duif geacht wordt te bezitten dat het onmogelijk een goede kan zijn. Maar het omgekeerde blijkt dus duidelijk NIET WAAR!!!
Een goede duif is uiterlijk niet met zekerheid aan te wijzen.
En als zelfs internationaal gekende sterspe- Iers als de genoemde het er unaniem over eens zijn dat je crackduiven vindt onder alle types en niemand ze voor je aan kan wijzen dan is dat toch best de moeite waard om even bij stil te staan.
Want wat is er over die zogenaamde crack- duif, hoe hij er uit moet zien, wat voor ogen die moet hebben, wat voor vleugel, rug, bouw enz. al wel niet gezeverd!
Als men ziet dat sommigen die in hun eigen loopbaan slechts met de grootste moeite een prijsje konden spelen het presteren om zich "rijk te praten" door bij anderen hun "goede duiven aan te wijzen" of te "adviseren" als het om de aankoop van duiven gaat dan kunnen dat toch niet anders zijn dan charlatans in de duivensport.
Er zijn er die over fond en fondduiven schrijven en praten die zelf nooit geen duif aan hebben zien komen van Barcelona laat staan er ooit al eens prijs op gewonnen hebben.
In deze wil ik even herinneren aan een reportage van v.d. Pol die onlangs in dit blad verscheen. Chris zei dat, als hij iets aanschaft hij zich enkel baseert op het soort duif (goede familieleden) en de betrouwbaarheid van de liefhebber in kwestie. Letterlijk zei hij dat hij de meeste duiven die hij aanschafte voordien nog niet eens wenste te zien. "Op de concoursen zal ik wel zien of ik goed ge-
kocht heb", aldus de opportunist uit Goirle.
Wel is het zo dat de gedragingen van een duif vooral als hij in vorm is, soms iets verraden over haar klasse. Haar houding op het hok, de manieren bij het trainen enz.
- Ogen: Wat we schreven over het uiterlijk van de duif geldt blijkbaar in bijzondere mate voor het oog. Alle sterspelers beweren dat de kleur van het oog geen enkel belang heeft. Eveneens is men unaniem van mening dat men aan het oog niet de kwaliteiten van een duif kan aflezen. We schreven het trouwens onlangs nog. Zelfs met het koppelen houdt men amper rekening met de kleur van de ogen. Persoonlijk heb ik er trouwens nooit naar gekeken.
Toch kijkt elke liefhebber als hij een duif in handen heeft naar de ogen. Genoemde liefhebbers doen het ongetwijfeld evenzeer als U en ik.
Wat men in de ogen zoekt? U moet het voor de aardigheid eens vragen als iemand bij U de duiven aan het bekijken is. Wedden dat de man in kwestie U een heel onbevredigend antwoord zal geven?
- Niet eens: of er dan iets is waar ikzelf uit hoofde van mijn "journalistieke ervaring" (hm) het helemaal niet mee eens ben? Iets waar die vedetten die we aanhaalden een unanieme mening over hebben die ik niet kan onderschrijven?
Jazeker: alle vier (voeg daar superstar Geerts, de gebr. Janssen en ik denk alle dierenartsen die verstand van duiven hebben maar aan toe) verafschuwen de droge mestmethode.
De een is er werkelijk al feller tegen dan de ander.
Op eigen hok bewijzen ze zonder uitzondering dat het vele poetsen dat ze doen beslist geen verloren moeite is geweest. Ook wetenschappelijk bezien blijft er, uit oogpunt van hygiŽne en de daaruit voortvloeiende gezondheid geen spaan over van de droge mestmethode.
Toch moet gezegd dat er te veel uitzonderingen zijn om te beweren dat hygiŽne een conditio sine qua non is om presteren. Liefhebbers die de droge mestperiode toepassen en dit erg succesvol over een lange periode, ze zijn er wel degelijk. Al moet wel worden toegegeven dat we het merendeel moeten zoeken bij de jonge duivenspecialisten en grote fondspelers.
 
Ad Schaerlaeckens