Wie heeft ze beter

Voorwoord

JK Ouwerkerk

Stamboom

Superduiven

Uitslagen 2011 Teletekst 2011

Teletekst 2006

Teletekst 2005

Reportage archief 1972-1990

Nieuws

De Kampioen uit Lekkerkerk

Wegen naar Rome

"Groten van Vroeger" anno 1989

Contact

Links

Koerier Special 1991
 
In het mei-nummer 1991:
 
"Het fenomeen" Jan Ouwerkerk
De man die Zuid-Holland reeds 30 jaar teistert met absolute topuitslagen. Een kenner bij uitstek.
 
 
 
Leeftijd: 51 jaar
Woonplaats: Lekkerkerk
Beroep: Bouwvakker
Behaalde kampioenschappen:
Generaal afdeling C in 1979, 80, 81, 82, 83, 87, 89
Kampioen NaBvP in 1984 en 1985
Kampioen Zuid-Holland in 1979 en 83
Keizer Zuid-Holland in 1987 en 89
 
Naam: Jan Ouwerkerk
 
Interview
 
Koerier: Hoe heb jij je stam opgebouwd?
 
 
Jan: Ik kom uit Goes en Verbart woonde ook in Goes. Als kleine jonge kwam ik daar over de vloer. Toen ik een jaar of 10-11 was. Op een gegeven moment is Verbart naar Druten verhuisd. Toen ik 16 was zijn wij naar Rotterdam verhuisd. En toen ik net getrouwd was ben ik zelf naar Lekkerkerker verhuisd en toen speelde Verbart met die duiven in die periode heel hard. Ik begon ook redelijk hard te spelen en zodoende zoek je weer wat. en een oude kennis, dan val je daar binnen, en dan kan je het krijgen van het beste. Onder de jonge duiven vluchten zie ik een jonge duif lopen. Hij was al 4-5 weken aan het spelen en dat is mijn stamduivin geworden. Die heb ik die dag meegenomen. En dat os weer zo'n punt: Zien. Maar wel uit De '57. Hetzelfde najaar krijg ik nog twee eiren uit De '57 en twee eieren uit De '46. Een van deze eieren is de stamvader geworden, de kras-zoon '46. s'Winters ben ik nog een keer geweest met twee zwagers van me en toen kocht ik De Blauwe Zoon. Die konden hun kopen, ze gingen voor een duivin, dus ik zij we rijden naar Verbart, want daar kan je altijd wat kopen, als je een duivin zoekt. We reden er naar toe en hij kwam met een duif of zes binnen en hun kozen een duivin uit en ik zeg geef die maar aan mij, die blauwe. En ik ging niet om te kopen, maar het was wel De Blauwe Zoon. Ook een topkweker, dus weer een beetje geluk, maar toch gevoel. Ze zeggen allemaal het is onzin en je kan niets zien, je kan niets voelen en hun zeggen enkel op de uitslag, maar dat werkt natuurlijk niet. Als ik het zo doet, dan werkt het niet op de uitslag. Maar ik zeg als je koopt en je koopt er acht en je gaat ze uitwennen en zeker zomer jongen of late jongen, dan heb je er nog vier van de acht. Maar die je moet hebben, die is vermoedelijk gevlogen. En om dat risico te vermijden houw ik ze vast en ik doet het zelf en dan is het een gevoels kwestie. En dat zie je bij mij ook. Je kweekt gewoon als je dus duiven aanschaft en als er op een gegeven moment een of twee bijzitten die het waard zijn, dat je denkt om ze te bewaren en ze erdoor te kruisen, dan kweek je toch weer het type duif dat ik voel. Ik denk dat ik het aardig kan zien. Ik weet ook dat ik er helemaal niets van kan. dat weet ik ook. Maar ik heb zo'n vertrouwen in mijn eigen. Als ik absoluut denk dat ik hem heb, dan ben ik ook haast zeker en dan komt het eruit. Maar dan zal ik het veel mis hebben, maar ik heb het ook veel raak. En dat is bij de meeste liefhebbers, die denken het dat dat hem is en die zijn erg veel mis en heel weinig raak. En dat zal net het verschil wezen. En dan moet ik ook zeggen natuurlijk, die afstamming kan ik al heel lang van mijn duiven en dat is al zoveel generaties perfect. Zeven, acht generaties steeds toppers, dus ik weet dat type. Dus ieder keer weer wat je voelt is het type. En de afstamming zit er helemaal gefixeerd in, dus ik weet zonder meer het zit zo in elkaar en dat ik ook heel belangrijk natuurlijk.
 
Koerier: Als jij op een ander hok zou komen zou het veel moeilijker zijn.
Jan: Ja, het is veel moeilijker natuurlijk, maar ik zal het wel heel vlug voor elkaar hebben en op een rijtje denk. Het is misschien wel opscheppen, want als de duiven niet in conditie zijn, dan kan je het ook niet vinden, maar als het hok in conditie is, je zal niet altijd de goede eruit halen, maar ze moeten me toch niet de keus laten denk ik.
 
Koerier: Maar hoe ga je dan te werk.
Jan: Dat is toch weer hetzelfde gevoel natuurlijk. Dan pak je ze beet, hup, hup. Ik maak het hier dikwijls mee. Dan komen ze met manden aan en dan haal ik ze er achter elkaar uit. En dan hou ik ze nog geen seconden vast, dus beetpakken en weer terug en op een gegeven moment voel ik hem ineens, dat is hem. Dat kan je toch niet verklaren, maar dat wil niet nog niet zeggen dat je raak bent, maar het blijkt toch wel heel dikwijls raak te wezen.
 
Koerier: Het zijn dus kwestie van secondes.
Jan: Ja, dat is in ene keer. Als je werkelijk gaat keuren, dan weet je het niet meer, dan wordt iedere duif steeds mooier in je hand, dus dan wordt het steeds moeilijker. Dus het moet in ene keer.
 
 
 
 
Tijdens de reportage wordt de wedvlucht vanuit Aalst gevlogen.
De weduwduivinnen die niet met de vlucht mee zijn worden opgesloten in de broedhokken. Jan speelt al 25 jaar het totale weduwschap.
Jan heeft er 33 mee, 21 doffers en 12 duivinnen.
Het is de tweede vlucht in CC verband. Vorige week was formidabel. Kon in weze niet beter. In de vereniging 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 van 560 duiven en in de CC van 5.500 duiven de 3e en 7 of 8 bij de eerste vijftig.
 
 
 
 
Jan krijgt vier duiven tegelijk.
Jan heeft contact met Dordrecht en weet dat het goed zit.
In de vereniging waarschijnlijk maar 1 duif tussen zijn eerste 10 en in de CC heel vroeg in ieder geval.
Jan heeft in 12 minuten 28 duiven thuis en deze zitten allemaal in de uitslag. Een goed begin.
Jan speelde in de CC van 4.902 duiven de volgende uitslag: 1, 2, 5, 7, enz.
 
 
 
De eerste duif in de klok was De 600, de tweede duif van de lijst, en de tweede duif in de klok was de derde duif van de lijst.
 
 
De 600 is zoon van de Superstar                                                     De eerste duivin was de dochter van de Geeloog
 
 
                                                  
 
 
 
 
 
 
Na de vlucht gaan de duivinnen weer naar het duivinnenhok.
 
 
Annie doet driekwart van de verzorging, dus zij is met de verzorging van de duiven het meeste er mee bezig.
Jan doet s'morgens enkel het kweekhok, daar komt Annie in principe nooit. Dat is het enigste wat Jan s'morgens doet, een kwartiertje om zelf op gang te komen. Jan gaat voor half zeven de deur uit.
 
 
De duiven krijgen in principe zondagochtend een bad. De duiven gaan er dan eerst ongeveer drie kwartier uit en dan laat Jan ze nog ongeveer een uur buiten lopen. Als ze er zondag niet in gaan, dan doet Annie het meestal dinsdags, maar dan eerst sochtends een uur trainen en dan om een uur of tien als het zonnetje schijnt, dan zet ze het hok weer open en dan duiken ze er meestal gelijk in. Als ze het dan niet doen, dan is de week voorbij en dan doen ze het maar niet meer, dan wachten ze maar weer een week. Meestal doen ze het zondags ochtends, maar niet altijd, Deze week deden ze het niet, dan deden ze het dinsdags. Het vollopen gaat meet een kraantje en stopje eraf en het loopt weer leeg. Een vriend heeft dit gemaakt, die is loodgieter en kwam met het idee, erg handig.
 
 
Voermengeling: 1 bus (ongeveer tien handen) "hard" voer, een bus gerst, twee handen snoep, twee handen zilvervliesrijst en twee handen P40.
Dit is de mengeling voor de hele week. Vanaf zondagochtend. Bij thuiskomst iets meer zilvervliesrijst en gerst of zuivering. De hele week dus het zelfde en dit het hele jaar. Ook bij de kweek en ook in de winter. s'Morgens en s'avonds. Dus altijd. Voor 24 duiven, zes handen s'morgens en zes handen s'avonds. Als het heel koud is of als ze heel veel honger hebben, dan wordt het zeven handen. Maar s'morgens nooit, s'morgens altijd zes. gaat de honger iets over dan wordt het vijf handen. Bij het inkorven hebben ze altijd trek en worden ze ook gewoon gevoerd. Bij 1 nacht mand de helft en bij twee nacht mand gewoon hetzelfde las iedere dag. Dus er wordt nooit opgevoerd of wat anders. Het hele jaar hetzelfde. Dat is de eenvoudigste manier, dan hoef je het minste na te denken en het is licht voer.
 
 
Iedere week worden de weduwnaars vanaf de belgische grens afgericht.
 
 
Het fondhok. Een hok met voornamelijk zomerjongen van 1990 op een stuk of acht na, welke bedoeld zijn voor de fond. Er zitten enkele bewezen duiven tussen, waaronder de 1e provinciaal La souteraine, welke ook in 1990 zijn 4e was van St.Vincent en zijn 1e van Bergerac. En het duifje welke 2 jaar geleden met twee duiven serie 3 National St.Vincent won. De afstamming is van de fond.
"De St.Vincent" zit nu op de kweek. De St. Vincent won in drie jaar van drie keer St.Vincent de 7e, de 20e en 85e Nationaal.
 
 
Koerier: Je speelt totale weduwschap, volgens jouw op een heel simpele methode. Kan je dat uitleggen.
Jan: Het is zeker simpel. Wij houden de duivinnen in het duivinnenhok. Dat is ook het hele jaar hetzelfde. Daar vliegen ze s'winters uit en als ze op weduwschap zitten vliegen ze daar uit. Enkel wanneer ze gekoppeld zitten, zitten ze bij de weduwnaars en wanneer ze van de vlucht thuiskomen. Dus simpeler kan niet. Dus de weduwduivinnen worden in weze gehouden als jonge duiven. En de weduwnaars net zoals bij iedereen, ook op zijn simpelste manier. Half gesloten, half bak (broedhok), dan hoef je niet de hele bak schoon te maken. Op de vloer voeren + ze drinken gezamelijk, dus alles gezamelijk. Dus heel simpel. Ook maar een keer per dag los, want twee keer per dag is eigemlijk al weer teveel werk. Dus alles minimaal en simpel.
 
Koerier: wanneer laat je ze los.
Jan: Dat komt Annie het best uit, die gaat met het licht mee. Tegen de schemering laat ze de weduwnaars los. Dat is op het moment ongeveer half zven s'morgens en dat doet ze tot zes uur. Op een gegeven moment is het zes uur s'morgens licht en dan blijft ze dat om zes uur s'morgens doen tot zeven uur en dan van zeven tot acht uur de duivinnen.
 
Koerier: Het is nu s'ochtends nog erg koud.
Jan: Daar kijken we niet naar. Daar hebben ze vandaag met het lossen ook niet naar gekeken of het kouder of warmer is. s'Winters is het ook tien onder nul, dan gaan ze ook los. Dan doen we het om de dag. Maar zodra het een week of vier, vijf voor het seizoen is, dan wordt het weer iedere dag.
 
Koerier: De weduwduivinnen zitten gewoon op schapjes. Er zijn van allerlei oplossing voor. Elastische vloeren en dat soort dingen. dat zie je bij jou niet.
Jan: Nee. Bij ons wordt het systeem natuurlijk al zo'n jaar of vijfentwintig gespeeld en het weduwduivinnenhok zit boven de woonkamer, dus zodra er eentje zou scharrelen wordt dat beneden gelijk gehoord, want dan krabbelt die op de vloer. Maar omdat we het al zo lang spelen wordt dat eruit geselecteerd, dus wij hebben nooit, ik kan wel zeggen praktisch nooit, of je moet je ploeg duivinnen te oud maken, een koppelde duivin. Maar er zodra er een in zou zitten wordt die er gelijk uitgehaald, maar die krijg ook eigenlijk geen herkansing het andere jaar. Dus het wordt door de kweek en alles er uit geselcteerd en zodra je nieuwe hebt die het doen, dan verdwijnen ze ook. Wij hebben, ik kan wel zeggen, absoluut niet. Maar je moet trachten, hoewel vandaag ook maar de helft van de duivinnen mee was, maar dat is eigenlijk geen probleem, trachten de duivinnen ieder week te spelen.
 
Koerier: Wat betekent een jonge duif voor jou.
Jan: Toekomst. Ja, als je kampioen wil worden moet je daar ook goed mee spelen. Dan heb je die punten nodig, dan moet je er ook weer optimaal mee bezig wezen. Maar daar kom ik nooit bij, dat doet de vrouw, daar kom ik normaal nooit.
 
 
Koerier: Maar mag je een jonge duif volledig uitbuiten.
Jan: Wat is uitbuiten. Ieder speler geeft ze meestal vanaf de eerste jonge duivenvlucht mee tot aan Orleans. En als je dan niet goed speelt, dan is het kapot helpen misschien. Want dan heeft die geen conditie. Maar als je goed speelt en conditie hebt, dan is het spelen voor die duiven. Dus dat stelt niets voor. Want de praatjes je speelt hem kapot, dat is onzin. Als je hem van tweehonderd kilometer drie dagen kwijt bent, dan hebben ze het over tweehonderd kilometer, maar niet over die drie dagen kwijt. Want twee weken erna of zelfs dezelfde week korven ze hem in. En Orleans op tijd, dan speel je hem kapot als die in de prijzen vliegt! Dat is onzin natuurlijk. En dat bewijs ook; een duif welke twee weken te laat komt, liever niet natuurlijk, daar kan je best een goede duif aan hebben. Dan komt hij na twee weken ook als een graatje thuis. En als hij hersteld, dan mankeert dat niets. Ik denk een goede duif met een goed frame, die is niet kapot te krijgen. Een duif is zo sterk.
Verduisterde jongen, denk ik, dat ze juist minder te lijden. Ik denk, dat het beter is. Aan de start komen ze met een volle vleugel + glad. De niet verduisterde zijn er vijf pennen uit, na vier weken zijn er zeven, acht pennen uit, zo kaal als een luis, die lijden. De verduisterde jongen spelen glad, een volle vleugel, die komen fluitend thuis, want die lijden niet. Ze hoeven niet te ruien. Ze hoeven enkel maar dat stukje te vliegen en die driehonderd kilometer is voor een duif spelen. Dat stelt niets voor. Mits gezond is vijf, zes, zeven uur niks vliegen, dat maakt niet uit. En dan zijn de vluchten klaar na Orleans, voor mij dan, en dan is het rust en dan gaan ze ruien, die pennen.
 
 
Koerier: Er wordt drie ton op je duiven geboeden, wat doe je dan.
Jan: Ze hebben anderhalf jaar geldeden tweenehalve ton geboden. Ik wil niet zeggen dat dat door gegaan zou hebben, maar ik heb gelijk mijn handen op mijn rug gedan, want hij wilde het afslaan. Als je dan vorig jaar in 1990 minder speelt, dan denk je weleens, tja misschien dom geweest. Maar ik zou ze niet verkopen voor drie ton, want ik heb te eten, ik heb geen geld, maar ik heb te eten en dat heb ik al vijfentwitig jaar en dat hoop ik nog een poosje te hebben en ik heb het vreselijk naar mijn zin met die duiven en ik zie ze graag. En daarom komt het ook, net zoals een St.Vincent, De Pau, De superstar, en dalijk als ik ze niet verspeelt een "86, dat ze naar het kweekhok gaan, want die zie ik dan zo graag. en dan kan ik ze niet maar kwijt en als ik ze verkoop dan kan ik wel weer opnieuw beginnen, maar dan heb je die duiven niet meer. en waarom zou ik ze verkopen. En drie ton is harstikke leuk, maar je kan er bij wijze spreken een huis voor kopen en dan heb je ook niets meer. Verder heb je dan niets. En als je het op de bank zet; twee biefstukken eet ik ook niet.
 
Jan Ouwerkerk, vrouw Annie en dochter Janet vormen samen een ideaal trio.
Jan staat voor het gevoel en inzicht. Annie en Janet zijn onmisbare schakels.
Alle drie tezamen staan ze op eenzame hoogte.
 
Koerier mei 1991.