Wie heeft ze beter

Voorwoord

JK Ouwerkerk

Stamboom

Superduiven

Uitslagen 2011 Teletekst 2011

Teletekst 2006

Teletekst 2005

Reportage archief 1972-1990

Nieuws

De Kampioen uit Lekkerkerk

Wegen naar Rome

"Groten van Vroeger" anno 1989

Contact

Links

Reportage Vredesduif 1982
 
        Mensen en Duiven
 
JAN OUWERKERK        
 
We hebben een bezoek gebracht aan Jan Ouwerkerk. We nemen aan dat u hem kent.
Als we beweren dat hij de laatste 5 jaar tot de beste 5 liefhebbers van Zuid Holland
gerekend moet worden, doen we hem waarschijnlijk te kort. Hij speelt op dubbel weduwschap, dat is insiders bekend. En evenzeer is het bekend dat het menigmaal de duivinnen zijn die voor explosieve uitslagen zorgen.
Enig mooi zijn de uitslagen die de Zuid-Hollander al bijeen vloog over alle afstanden. En enig mooi zijn ook zijn duiven.
Toen reisgenoot Albert Verhoeven al dat edele materiaal in handen kreeg, beweerde
hij er "koppent" van te krijgen. En dat wil wat zeggen. Want de Goirlese kampioen
woont, evenals u waarschijnlijk, in een streek waar men beweert dat de concurrentie
er "moordend" is. We wonen toch allemaal in een streek waar "ijzersterk" gespeeld
wordt, nietwaar ? Wel, ook in onze contreien wordt, als men een fabelachtige uitslag
van elders onder ogen krijgt, om het hardst geroepen van "dat moeten ze hier maar eens
komen doen". Want het "land der blinden" is groot. Dat is bijna overal in Nederland.
Behalve waar u en ik wonen uiteraard. U en ik hebben het moeilijker dan de rest van Nederland want wij moeten het op de wedvluchten opnemen tegen een sterke concurrentie.
De Noorderlingen hebben het moeilijk omdat hun duiven nog zo veel verder moeten en
dus zijn hun duiven "zoveel sterker". De Zuiderlingen hebben het moeilijk omdat
hier veel betere duiven zitten dan in het Noorden. Veel kwatsj in beide opvattingen.
En dat bemerkt men het beste als men eens in een totaal andere streek woont. Dan vallen vaak de schellen van je ogen. "Wat een duiven zitten daar bij die Zuidhollander" beweerde Albert Verhoeven. En gelijk had hij.
Hoewel wij waarschijnlijk evenveel van duiven kennen als u, dat is dus ook niets, hoort
bij een bezoek aan een sportvriend uiteraard het "keuren van duiven". Zo ook gebeurde
bij Ouwerkerk. Jan heeft een drietal duivinnen zoals het gros der liefhebbers er nog niet
één kweekt op een duivenloopbaan. We hadden het geluk, en dat in de meest letterlijke zin van het woord, er 2 uit te halen. De "55" en de "61" menen we. Die 3e, de "53" als ik me niet vergis, verraadde aan niets dat het zo'n goede was. Een duif waaraan niets mankeerde  weliswaar, maar qua uiterlijk toch een zoals er 13 in een dozijn gaan. Maar als het op presteren aankomt is het er een uit duizenden. Jan Ouwerkerk schittert met dezelfde duiven van 60 tot 600 km. Maar hij is ook nog eens ijzersterk op de overnachtvluchten. Vooral Bergerac schijnt hem op het lijf geschreven. U weet toch ook wel dat hij dit jaar een duif weggaf die bij W. Versendaal een auto won, nietwaar ?
Wel, we kregen ook die duiven in handen die op de 2-daagse vluchten zo schitteren. Maar
dat waren wel heel andere duiven ! En wat zouden we bij het keuren van deze een flaters hebben begaan als we die op hun klasse hadden moeten rangschikken. Daar zaten lange duiven bij en korte. Dikke en smalle, grote en kleine. Maar zijn duiven die tot 600 km gaan, veelal nakomelingen van die fameuze Verbarthduiven (lees Klak), benaderen het type dat zo vaak als ideaal aanzien wordt.
Jan wilde zijn supercrack, de "55", nu koppelen aan een van die fondduiven. Een zuivere Wijnacker. En hij vroeg onze mening. Hoewel we van het kweken van goede duiven totaal geen kaas gegeten hebben en zelf steeds weer rekenen op de "goede uitval", gaven we onze mening. En die mening is dat in de duivensport alleen winnen telt (voor mij althans). En winnende duiven kweek je niet door fondduiven tegen vitesseduiven te zetten. Waarschijnlijk heb je meer kans zo'n winnende duif te kweken als je de beste fondduiven tegen de beste fondduiven zet en de beste vitesseduiven tegen de beste vitesseduiven. Hoe die er dan uit moeten zien, dat is iets wat we niet weten. Wel, zonder over deze materie ooit samen gebabbeld te hebben, bleek Ouwerkerk die opvatting toch heel duidelijk in praktijk te rengen. Want na de vliegduiven "gekeurd" te hebben gingen we naar het kweekhok. Een enorme ruimte, vooral hoog, met uiteraard bange duiven. Stro op de vloer, dicht en de verwarming aan. En duiven in een conditie zoals we nog zelden of nooit zagen. Aalglad, krijtwitte koppen, enfin, men kent dat wel.
En midden in dat kweekhok is een scheiding. Links de duiven die tot 600 km gaan, dus de eigen "oude soort", met die fabelachtig mooie duiven. Rechts de overnachters. Jan houdt ze dus duidelijk helemaal gescheiden. En wat een verschil in duiven. Van die eenvormigheid op het linkerhok was bij die overnachtvogels totaal geen sprake. En vanzelf kwam het onderwerp halve fond, eendaagse fond en overnachtfond ter sprake. En omdat Ouwerkerk een man is die
duidelijk schijnt te weten waarover hij praat en het gelijk van zijn opvattingen onderstreept met weergaloze uitslagen, lijkt het alleszins leerzaam de "Ouwerkerkleer" eens te analyseren.
Volgens Ouwerkerk moet elke goede (!!) duif die van 100 km weet uit te blinken dat ook kunnen van 600 km. Willy v.d. Eynde, mogelijk Belgisch halve fondspeler nummer 1, huldigt trouwens exact dezelfde opvatting. En ook een Jan Zoontjens bijvoorbeeld. Probleem is, volgens Ouwerkerk, dat de meesten hun bewezen goede duiven niet verder dan 450 km durven spelen. "Vroeger geloofde ik ook in specifieke vitesseduiven" aldus Jan. "Tot ik voor het winnen van een kampioenschap eens genoodzaakt was te presteren op de eendaagse fond. Ik zette mijn beste duiven in en toen zijn me werkelijk de schellen van de ogen gevallen."
Overnachtduiven zijn volgens hem heel andere. Zijn duiven die op 600 km, zelfs bij het zwaarste weer, weten uit te blinken, falen op de overnachtvluchten. En die overnachtduiven kun je helemaal niet kennen. Die vind je bij alle typen en bij dit soort komt het ook vaak voor dat je enkele jaren op resultaten moet wachten. En dat het andere duiven waren, zagen we.
We kregen van die bewezen (!) overnachters in handen, waarbij we menigmaal verzuchtten "hoe is het mogelijk". Maar Jan Ouwerkerk had nog een aantal andere waarheden als koeien in petto. "Uitblinken met jonge duiven is niet zo moeilijk'' vindt hij, ''als je er iets voor wilt
doen. Als jongen gezond zijn, moet je ze heel veel opleren. Dan vliegen ze gegarandeerd" aldus Jan.
Hij had zijn vogels ook nog nooit zo tam als dit jaar. Waarom? Hij had zijn kleine meid veel op het hok gelaten. Ja, waar lazen we dit meer?  Wilt ge makke duiven, vooral jonge, geef uw kleine kinderen wat speelgoed en stuur ze naar het duivenhok. Echt, er gebeurt niets met uw "kostbare vogels" en ... het werkt.
Een super kweek je volgens Ouwerkerk veelal uit kruisingen. Die enkele zeer goede duivinnen die hij kweekte uit inteeltprodukten, zijn volgens hem uitzonderingen.
Aan kampioenschappen moet je volgens hem ook niet al te veel waarde hechten. Dit jaar vlogen ze bij hem, vooral de jongen, iets minder dan gewend. Maar hij werd toch weer kampioen. Ook door het systeem, vindt hij zelf. Het systeem maakt de kampioen. En het systeem was in 1982 gunstig voor Jan Ouwerkerk. Een eerlijke ontboezeming.
Overigens, en dat is meer bestemd voor de niet-Zuidhollanders, wat wordt daar toch om geld gespeeld. Onvoorstelbaar. Vooral in Zuid-Nederland heerst de algemene misvatting dat men "boven de rivieren" enkel speelt om kampioenschappen of een taart (niet misprijzend bedoeld). Maar dan moet je die uitslagen in Zuid Holland zien. Men kan er diverse keren dubbelen tot 25 gulden en met een duizendste prijs 500 tot duizend gulden winnen is er maar heel gewoon!
Ook volgens onze vedette is het kweken van een hele goede een uiterst zeldzaam gegeven.
Als men versterking zoekt heeft het ook weinig zin dit met bv. 2 duiven te doen. Het is al
te zeer speculeren op geluk. We ruilden eens een koppel jongen met Jan. Die we van hem hadden waren schitterend mooi maar gingen bij het opleren verloren. Die hij van ons had gingen ook verloren, maar waren nog niet eens mooi ook.
"Betekent niets" aldus Jan. "Om van een mislukking te gewagen moet men iets dergelijks minstens met een tiental duiven uitproberen."
Melken met een Ouwerkerk is uiterst leerzaam. Zelfs voor een kampioen als Verhoeven die al heel wat gewend is. Toen wij hem in Goirle afzetten, snelde hij gehaast naar binnen. Barstend van de "koppen" en recht bed in. Van die fantastische duiven die hij bij Ouwerkerk gezien had. Ze moeten hem niet meer vertellen dat er alleen in Goirle "goei" zitten.
 
Ad Schaerlaeckens