Wie heeft ze beter

Voorwoord

JK Ouwerkerk

Stamboom

Superduiven

Uitslagen 2011 Teletekst 2011

Teletekst 2006

Teletekst 2005

Reportage archief 1972-1990

Nieuws

De Kampioen uit Lekkerkerk

Wegen naar Rome

"Groten van Vroeger" anno 1989

Contact

Links

Reportage van de Koerier nr 76
 
 
 
In de Koerier special nr. 76 kunt u kijken naar de Jan Ouwerkerk Story.
In 2005 zette Jan Ouwerkerk een nieuwe kroon op zijn toch al imposante palmares, toen hij het nationaal kampioenschap ééndaagse fond NPO behaalde.
 
 
In de rangschikking over 2005 en 2006 samen staat hij eveneens op de 1e plaats.
De titel nationaal kampioenschap ééndaagse fond krijg je niet zomaar, getuige de prestaties die Jan in 2005 op de vier ééndaagse fondvluchten NPO neerzette.
 
 
Dat Jan ook op de meerdaagse fond zijn mannetje staat is bij de fondspelers ook al lang bekend.
Elk jaar weet hij bij de klassiekers wel één of meer keer bij de eerste nationaal te spelen. Op deze dicipline is de onbetwiste aanvoerder van zijn ploeg, het '88je ofwel het Van Vlietje, een wonderbare duivin die al 6 keer bij de eerste 100 Nationaal speelde. Zijn er betere?
 
 
De Koerier zag in dit alles een goede rede voor een hernieuwde kennismaking met de grootmeester uit Lekkerkerk.
Achter de nieuwe film staat de reportage die wij in 1991 bij Jan Ouwerkerk maakte. zo kunt u niet alleen Jan zijn ontwikkelingen in de afgelopen 15 jaar volgen, maar krijgt u ook een beeld van de duivensport in deze periode.
 
Niet ver van de hectiek van Rotterdam ligt aan de rivier de Lek het rustige dorp Lekkerkerk. Thuishaven van Jan Ouwerkerk. Samen met Jan maken wij de oversteek naar Lekkerkerk.
 
 
Koerier: Jan heb je zeemansbenen?
Jan: Een beetje wel. Toen ik kleine jonge was, was ik bij de padvinders en kotste ik mijn petje al half onder als het maar even een beetje wiebelde, daar kan ik absoluut niet tegen.
 
 
Koerier: Jan, wij staan op de boot op weg naar Lekkerkerk. Waar zitten jullie.
Jan: Wij zitten hier pal achter de dijk. Tenminste Voorstraat is dat dan, in de de oude dorpskern, 50 meter achter de dijk.
 
Koerier: Daar zit je je hele leven al met duiven.
Jan: Ja, veertig jaar. Daarvoor in Rotterdam en daarvoor in Zeeland.
Meestal ga ik voor de vlucht op de dijk kijken, wat voor weer het is en hoeveel zicht we hebben.
 
Koerier: En dan weet je of het goed zit.
Jan: Nou, dat wachten we altijd maar af. Maar dan weet je wel ongeveer of het vlot of minder vlot gaat.
Dit is de oude dorpskern, direct achter de dijk, de Achterstraat. En dan ben je vlak bij mij. Dat is echt het oude gedeelte van Lekkerkerk. De kern zogezegd.
 
We zijn bij Jan en Annie Ouwerkerk geariveerd.
 
 
Op de achtergrond beneden wonen en kweekduiven en boven slapen en de duiven.
 
Koerier: hoe lang heb je dat al zo.
Jan: al veertig jaar lang.
 
Koerier: Ik zie daar een groot gat in het midden.
Jan: Dat is het weduwnaarshok. Twee weduwnaarshokjes met één ingang.
Klepje in de hoek is het jonge duivenhok, waar we op spelen. Klepje bovenin, wat nu niet uitsteekt, daar zitten de zomerjongen en het klepje dicht bij huis daar zitten de duivinnen.
 
Koerier: nu zij wij hier ook begin jaren negentig geweest, 1991. heb je nog dingen veranderd.
Jan: practisch niets. verluchting van de weduwnaars is ietsje veranderd, maar ik weet nog steeds niet of het een verbetering is, maar het is niet veel sclechter, want ze doen het nog steeds redelijk goed.
 
Koerier: en heb je je spelsysteem nog veranderd.
Jan: nee
 
Koerier: speelde je toen ook totaal weduwschap.
Jan: dat speel ik al veertig jaar, zolang ik hier woon.
 
Koerier: toen hebben we ook gefilmd, dat met de jonge duiven het verduisteren
Jan: ja, dat ook nog hetzelfde, maar dat is een beetje ouderwets natuurlijk, want ik scheidt ze niet en speel ze niet op nest of niets anders. er zitten veel fondduiven tussen. Dat staat in weze op een laag pitje. Ik krijg ze slecht binnen, ik verspeel altijd een minuutje, twee minuutjes en dat kan je vandaag een de dag niet meer hebben. Dus dat staat op een lager pitje. Je wil wel, maar dan moet je er meer voor doen.
 
Koerier: je heb je aandachtspunten ook iets verlegd.
Jan: ja, vroeger speelde ik echt vanaf het begin tot duizend en nu, dat is allemaal een beetje teveel geworden, het is nu meer fond dan toen en tot 500 kilometer is nu echt opleer. Het is leuk als je vroeg zit, maar dat hoeft niet.
 
Koerier: je draait ze wel.
Jan: ja, maar je staat toch een beetje voor lul op de uitslag. Als je dertig fonduiven meegeeft en tien snelle, dan heb je acht prijzen, hoewel je dan toch goed vliegt met die snelle duiven.
 
Koerier: ten tijde van de eerste opnames had je toen De'46 Verbart duiven. Daar was je beroemd mee toen.
Jan: ja, dat was de hoofdzaak.
Koerier: hoe ben je verder gegaan.
Jan: nou, dat zit nog overal doorverweven, door mijn fondduiven ook, en dat deden ze toen al ook tot Barcelona. Zuivere Verbart zelfs. En nu heb ik na vijftien jaar het weer eens gespeeld en ik zit toch wel weer redelijk op tijd en daar zit ook heel veel Verbart in. Maar in mijn eendaagse duiven zit ook heel veel Verbart, maar enkel alleen met Verbart zou je niet meer mee komen, dan wordt je wat te langzaam. Daar zit dat van Bosua doorheen.
 
Koerier: dat heb je toen ingebracht.
Jan: ja, een beetje geluk gehad dat, dat heel goed pakte.
 
Koerier: je hebt duiven van Cees Bosua.
Jan: ja, uit het autokoppel, broer Ballerini en ik heb nog meer gehad van hem, maar dat is het beste geluk, van het autokoppel. En dat zit er doorheen verweven en nu op de eendaagse is dat formidabel.
 
Koerier: ja, je werd vorig jaar Nationaal Kampioen.
Jan; ja en dit jaar is het ook wel weer goed gegaan. Iets minder dan vorig jaar, maar ik sta toch overal van de bovenste, dus ik mag toch niet mopperen achteraf.
 
Koerier: is het niet moeilijk om dagfond en overnacht te spelen.
Jan: ja, het is eigenlijk niet te doen. Vooral omdat ze door elkaar zittene en de ploegen niet appart hebt. En, ja je hebt alles nog wel in je hoofd, maar je kan niet alles meer uitvoeren, dat lukt niet meer als je ouder wordt. Dus het is puur de klasse die het hem doet.
 
Koerier: nu was het vroeger ook zo dat je vrouw Annie veel bij de duiven was betrokken.
Jan: ja, die deet toen wel 75%.
 
Koerier: maar zij werd toen ziek.
Jan: ja, dat was twee jaar geleden, maar gelukkig gaat het nu erg goed en nu heb ik veel tijd, dus het hoeft niet meer ook.
 
Koerier: je werkt niet meer.
Jan: af en toe nog een dagje, want daar heb ik heel veel plezier in en dan is het echt een paar handen voer in het hok en dan is echt voor de rest niets meer met de duiven die dag. En dat schijnt ook geen invloed te hebben.
 
Koerier: hoe bedoel je dat.
Jan: nou ja, als je toch kampioen van Nederland wordt vorig jaar. en het gebbeurde toch meerdere maal dat ik twee dagen ging werken en dan kwamen ze gewoon niet uit.
 
Koerier: want vroeger, als je dan terugkijkt, ook weer naar die film, dan zit je heel erg op die duiven.
Jan: ja vroeger was het heel erg gefocusd, maar dat was ook An, omdat ze zo prcies was met de klok, maar dat was ook met het gezin natuurlijk, en toen dachten we dat het daar ook allemaal aan lag. En dat hebt er ook wel aan gelegen, want het was van de eerste tot aan de laatste vlucht ook haast ook altijd goed en dat zou het nu niet meer wezen. Nu moet je echt nog naar die zes vluchten toewerken en zes overnachtvluchten en dan eventueel nog een ander vluchtje, maar dan houd toch echt wel de kous af, maar toen was het echt van start tot finish. En dat zou op deze manier niet meer gaan.
 
Koerier: die dagfonder speel je dus met die '46s in kruizing met die Bosua's
Jan: ja, en met Klaas van Dorp.
 
Koerier: en dan heb je de overnachtfond duiven. Waar speel je dat mee dan.
Jan: dat is ook met de Verbart duiven. En dan zit er ietsje van Ben de Cramer van Blokdijk-Kramer van de Strik-lijn.
Koerier: dat is vd Wegen.
Jan: ja, en vroeger van Marijn van Geel en dat zit er ook nog steeds door. En dat is eigenlijk nog ongeveer hetzelfde, behalve dat de Strik-lijn van Ben de Cramer er wat door is gekomen en dat geeft toch ook wel resultaat.
 
Koerier: nu speel jij je dagfond duiven totaal weduwschap. En de overnachters.
Jan: ook totaal weduwschap, plus dit jaar nest. Andere jaren deet ik geen nest, maar nu heb ik het rennetje erbij en boven heb ik ook weer dit jaar voor het eerst weer nest gespeeld en dat is boven heel goed uitgevallen. Dat is mijn beste hokje geweest dit jaar. Dat zit boven mijn slaapkamer. Er huizen maar vijf koppeltjes, maar die hebben echt goed gepresteerd.
 
Koerier:
We beginnen onze ronde langs de hokken in wat Jan De Schuur noemt. De centrale ruimte van waaruit je het kweekhok en de vlieghokken op de eerste verdieping kan bereiken.
Al zijn hele leven is Jan een propere melker. Hij reinigt alle hokken minstens tweemaal per dag.
Zoals gezegd zitten de kwekers inpandig. Hun ruime accommodatie is in twee helften verdeeld. Voorin zitten de kwekers voor de dagfond. Achterin de duiven die voor het nageslacht van de overnachtfond moeten zorgen. Vanzelfsprekend is de hele accommodatie uitstekend beveiligd.
 
 
Koerier: dit is het kweekhok
Jan: ja, ik noem het de schuur, omdat dit gedeelte van het huis de schuur is.
Het is een ruim hok. Dat is wel lekker voor de duiven. Ze kunnen wel niet buiten komen, maar dat schijnt niet te geven. Af en toe is het een heel slecht hok, maar dan heb je van het bedompte weer, dat drukkende weer. Dan slaat de schuur uit en de vloer in het hok, het is een betonnen vloer, en dan stinkt het. Dat is deze week ook geweest en dan krijg je een vieze smerige rotzooi. De duiven lijden er dan onder. Als het weer vijf a zes dagen aanhoudt, maar dat gebeurd eigenlijk bijna nooit, dan heb je zelfs onbevruchte eieren. Zo erg is het dan. De vloer ligt op het zand in de glooiing van dijk. De bodem is er nat en als het dan drukkend weer is en niet winderig, dus als iedereen zegt het is benauwd, dan slaat de vloer uit, dan is de hele schuur vochtig, dan is het duivenhok heel vochtig en is het een glijbaantje. Dat was gister en eergisteren nog. Het is eigenlijk drie dagen geweest deze week. Vandaag heb je dan ander weer en dan is het gelijk anders, maar je ruikt het nu nog wel wat, maar na twee dagen ruik je het dan niet meer en is het weer gewoon een echt duivenhok.
 
Koerier: we staan nu in je kweekhok. Wat zit hier allemaal.
Jan: er zit een gedeelte voor de vitesse. Dat noem ik 100 tot 700 kilometer, dus voor die vluchten die ik nu speel, dus eigenlijk de ééndaagse, en voor de overnachtfond en dan speel ik eigenlijk echt de middag lossing. Dus die zes vluchten middag lossing en die vijf ééndaagse vluchten. Daar draait het eigenlijk om.
Deze kant zit het grootste gedeelte voor het kortere werk en aan die kant voor de overnacht. Het is tweedrede overnacht en éénderde vitesse. Dat zijn andere duiven, maar bij die fondduiven zit overal het Verbart van vroeger wel een beetje door. Dat zit door de ééndaagse duiven er door en door de overnachtduiven.
 
Koerier: je bent in die jaren bekend geworden door de Verbart duiven.
Jan: ja, dat ben ik door goed spelen, maar ik had dan ook nog het geluk dat ik toevallig van De '46 had, want dat spreekt dan toch nog mee, want je kan hard spelen, maar als er geen achtergrond achter zit dan heeft het ook niet zoveel impact. Daar moet je een beetje geluk toevallig mee hebben.
Ik had een paar zonen van De '46 en een dochter van De '57. Ik had er meerdere hoor, maar drie verschrikkelijk goeie. Twee zonen van De '46 die formidabel gekweekt hebben en ik had één super kweekduivin van De '57. Misschien hadden er wel meer bij gezeten, maar misschien weer te vlug opgeruimd. Dat weet je toch nooit.
 
 
Koerier. Wanneer komt een duif bij jou op het kweekhok.
Jan: als ik hem aanschaf, dan komt ie haast altijd gelijk op het kweekhok, dus als ik ergens jongen haalt.
 
Koerier: jij haalt ook duiven bij.
Jan: nog regelmatig.
 
Koerier: is dat moeilijk
Jan: om goeie bij te halen is wel moeilijk, dan moet je een beetje geluk hebben. Je moet bij de hele goeie liefhebbers, die heel goed spelen en waar het hok duiven mij formidabel aanstaat , dan kan je wat aanschaffen en dan moet je op het kweekhok dat selectief uitselecteren totdat er een paar overblijven die je aanstaan en dan moet je een beetje geluk hebben dat her eruit komt.
 
Koerier: die kruis je dan met je eigen duiven.
Jan: ja, altijd. Nooit houd ik het bij elkaar. Het is echt bij halen. Dus bij je eigen duiven bij halen.
 
Koerier: als je de koppels samenstelt. Let je dan op uiterlijkheden
Jan: ja, als het prestatieduiven zijn van je eigen hok, dan gaat het enkel alleen om prestatie, maar een hele goeie duif is haast altijd een ideale duif. Maar als je bij haalt, dan weet je alleen maar waar het vanaf komt. Dan stamt het ook van goeie duiven af, anders hoef je het ook niet te hebben, en dan gaat het toch om hoe die duif je aanstaat.
 
Koerier: je hebt ook altijd kranten om je broedschalen.
Jan: de laatste paar jaar, dan blijven ze schoon het hele jaar. En af en toe gooi ik er een handje hele fijne tabakstelen in. Het is makkelijk. Als ze vuil zijn of als de jongen groter groeien, een nieuw krantje en dan hoef ik ze niet te boenen.
 
Koerier: ik zie een kweeksilootje.
Jan: dat is sinds een paar maanden en tot op heden bevalt het goed. Daar gooi ik een zak kweekvoer in, maar ik ben daarnaast nog gewoon op mijn oude maniertje bezig hoor, dus ik geef iedere ochtend en iedere avond in ieder broedhok nog een paar handen op de grond. Maar ik denk toch in de toekomst, als ik er nog één bijzet aan de andere kant, maar misschien hoeft dat niet, lijkt het mij toch wel ideaal, maar ik weet het nog niet zeker. Iik ben er tot heden toe dik tevreden over. Het is wel eens makkelijk als je s'avonds helemaal geen zin meer heb ofzo en ze hebben nog drinken, dan hoef ik hier niet meer naar toe.
 
 
 
Koerier: elk koppel dat hier zit heb jij zelf samengesteld.
Jan: in principe maak ik zelf uit hoe het gekoppeld zit.
 
Koerier: daar ben je de hele winter mee bezig.
Jan: nee, nee. Vroeger deed ik het wel eens op een papiertje, maar dat is wel dertig, veertig jaar geleden. Meestal is het gewoon zo, ze zitten in een hok en dan loop ik er met een duivin langs. Sommige koppels heb ik wel eens in mijn hoofd van te voren, er zitten wel vijf of zes koppels van de vijfentwintig die ik van te voren in mijn hoofd hebt, zoals ik het wil hebben, maar dat wordt ieder jaar minder. Het is meestal op de dag van het koppelen uitgemaakt, die daarbij en die daarbij. Ik heb zes redelijk goeie (vlieg)doffers eigenlijk, waarvan vier hele goeie. De twee beste zijn nu vier jaar en gaan naar het kweekhok. Die vier anderen moeten nog een jaar, waarvan twee nog twee jaar, want dat zijn jaarlingen.
 
Koerier: je had ze ook goed kunnen verkopen, maar dat doe je dan toch niet.
Jan: nou, ik kan ze verkopen, maar die prijs die ik vraag is hoog, omdat ik ze eigenlijk gewoon niet kwijt wil en vooral ze nu naar het kweekhok gaan wil ik ze gewoon niet meet kwijt. Dat is "de leut" om die duif, die goede duif zie je iedere dag, maar die gewone duif zie je nooit, en die duiven komen dadelijk hierin, en dan heb ik er eventueel nog jaren plezier van, al is het nog enkel alleen maar om ze te zien.
 
Koerier: die blijven bij Jan Ouwerkerk.
Jan: in principe wel. Of er moet zo iets abnormaals gebeuren. Ik heb, zolang ik duiven heb, nog nooit mijn beste duif verkocht. Nog nooit niet. En dat is denk misschien ook de reden dat je stand houdt, dus die beste altijd houden. Je beste oude. Het zij meestal toch ook wel de betere kwekers.
 
Koerier: ze komen uit je eigen soort
Jan: ja, wat er nu eigen soort zit. Het is 50% Bosua van die goeie duiven, dat is nu overal doorverweven, en de andere kant is Verbart  met Van Dorp en dat Van Dorp zit ook weer wat van mij in en van Van Loon. Van het koppel van Bosua zit weer in alle snelle duiven verweven. Het duifje dat je daarnet filmde van Van Dorp, dat is ook weer een halve van hetzelfde koppel van Bosua, dus de vader komt weer hiervandaan uit dar koppel, dus ik zoek hem uit, maar er zit weer 50% Bosua hiervandaan in. Dat is toeval. Want ik zoek gewoon een duif naar mijn zin is, dus gewoon een gevoelskwestie, goed gebouwd, goede ogen, alles hoort bij elkaar en een goeie duif is toch meestal wel één van de mooiere, haast altijd. Het is bij mij gewoon, ik heb hem vast en dan is het eigenlijk al beoordeeld. Ene seconde, een paar seconde, en als je een hele goeie vast hebt, dan is het in ene keer, maar dat is natuurlijk niet zo heel erg veel, die ene goeie. Je kan wel 5 minuten kijken, maar dan wordt die duif op den duur steeds mooier en dat werkt gewoon niet. Het is gewoon in ene keer en klaar. Een gevoelskwestie en dat komt nogal eens uit. Het heeft altijd gewerkt. Niet te lang beet houden want dan ga je twijfelen. Hoe langer je hem beet houd dan vind je er wel meer goeie dingen aan, maar dat werkt niet. Je moet het in ene keer kunnen bepalen en dan moet die duif natuurlijk ook nog wel in orde wezen. Als er slecht conditie op een hok is, dan wordt het ook moeilijker. En als de vorm heel groot is op een hok, dan vind je ook veel meer goeie duiven, maar dat is een vormkwestie. Als je dan gaat kijken, dan ga je ook op een hok kijken wat formidabel presteert en daar zitten ook gewoon meer goeie duiven. Op een gewoon hok wat niet presteert heeft het geen zin om daar te gaan kijken.
 
In '91 speelde ik van 100 tot 1000 kilometer en nu heb ik eigenlijk tot 500 kilometer al weg geschrapt, dus niet meer iedere week. Dat was toen ook al niet. Toen was ook al dikwijls derde vlucht beginnen, derde vlucht jonge beginnen, nalijn niet meevliegen. Nu splits zich dat alleen nog maar toe op die vijf ééndaagse en zes overnachtvluchten en de rest niet meer.
 
Hier ziet u de drie blauwe doffers die het leeuwendeel van het werk voor de titel Nationaal kampioen ééndaagse fond hebben gedaan. Prachtige rasvogels en een lust voor het oog. Met gepaste trots stellen we ze u dan ook voor.
 
 
Jan: ik ben een beetje eigenwijs. Ik speel twee disciplines, dagfond en overnachtfond, en dit is een dagfond duif. Maar het is wel één van de beste van Nederland, De 483. Hij met zijn broertje en De '69 maakte me in '05 Nationaal Kampioen van Nederland en Goude duif en Superstar fond of zo iets, en van de fondspiegel en van het jaar is het weer een crack, want wordt hij vermoedelijk weer 3e asduif van Zuid-Holland. Het is een echte klasbak. De afstamming is 50% Bosua, dus het autokoppel Bosua x Ballerini en dat koppel is door ieder duif van de ééndaagse verweven en de andere kant is nog van Verbart x Van Loon van Van Dorp. En dat Verbart is weer een zoon van De '86 die hier fenomenaal gevlogen hebt en dat is ook weer de grootvader van mijn Barcelona, die ik dit jaar weer vroeg, tenminste vroeg, mooi op tijd had.
Dit is een weduwnaar. Ik speel het totaal weduwschap.
 
 
Koerier: blijf zijn duivin dan altijd thuis.
Jan: nee, nooit. Soms, maar dan zit ze dikwijls nog niets eens te wachten. Ik geloof niet in die dingen, in duivinnen en al. Ik geloof enkel in de goede duif en conditie en de rest is flauwekul. Die komt gewoon naar huis, omdat hij goed verzorgd wordt, naar zijn zin hebt, eten krijgt, drinken en gewoon een klasbak is, meer niet. Al die verhaaltjes met motivatie, dan worden er honderd duiven gemotiveerd en er is er toch maar één de eerste. En deze wordt nooit speciaal gemotiveerd. Ik toon dikwijls nog niet eens, of wat dan ook. Het is allemaal flauwekul. Hij wil gewoon thuis wezen.
 
 
Koerier: deze vliegt vroeg van 100 tot 700?
Jan: ja, deze vliegt ook een eerste van Strombeek in de C.C. en op de ééndaagse vliegt hij ook de eerste en Teletekst. Echt een goeie. Als ik deze weer door de fondduiven kruist, dant ze het ook doen. Daar ben ik heilig van overtuigd. Dat zal ook wel gebeuren, want hij gaat nu naar het kweekhok met zijn broer.
 
Koerier: zijn broer is net zo'n goeie.
Jan: nee, hij is beter, maar zijn broer is ook een hele goeie. Die vloog vorig jaar twee keer teletekst. Ze werden vierde en vijfde duifkampioen vorig jaar Provinciaal. .
 
Koerier: zij brachten jou de titel.
Jan: ja, die twee, plus mijn '69. Dat is ook een kleinkind van De Bosua en dat is ook een echte klasbak.
 
Dit is De 484. Dit is één van de drie die mij kampioen hebt gemaakt. Die stond vorig jaar in '05 twee keer teletekst. Van Le Mans en van Vierzon, maar de '83 is iets beter. De '83 doet het ook vanaf honderd en dat doet hij niet. En deze is weleens gewoon mijn zesde of mijn vierde en De '83 zelden, meestal wel één, twee of drie.
 
Koerier: wat zet je nu op zo'n doffer op de kweek.
Jan: daar probeer je een duif van dat kaliber, maar dat valt niet mee. Een duif die helemaal naar je zin is, dus ook in de hand, die je erop vind passen. Ik weet ook niet of ik die heb, dan moet ik zoeken. Het is altijd zoeken. Meestal zeggen ze, het is allemaal geluk, maar daar geloof ik niet in. Als ik een duif koppel en ik geloof er wel in en ik weet de afstamming en ik geloof in die duif, dan is het meestal wel raak. Kijk je kweekt zulke cracks niet op bestelling, maar je hebt het toch wel een beetje in de hand.  Het is niet zomaar vrij koppelen en zo, dat werkt niet.
 
Koerier: je kent Bosua goed, je kent Verkerk goed, je kent De Bruin, je kent Van Zon, al die toppers hier in Zuid-Holland op die dagfond. Komen jullie wel eens bij elkaar?
Jan: nee, nee, nee. Ik ga met Willem de Bruin wel om als kennis en met Van Zon. Maar niet met de duiven. Met Bosua wel met de duiven, maar dat is gewoon een keertje kijken bij zijn duiven en een keertje samen op pad. Die duivenmelkers zijn toch allemaal individualisten, dus die zoeken het toch allemaal zelf uit.
 
Koerier: zit je wel op de dezelfde lijn als die jongens.
Jan: dat weet ik niet zo. Bosua, wij komen wel veel overeen. En Van Dorp en ik komen ook wel veel overeen, maar dat zijn dan wel weer de beste vrienden. Waar je het meeste mee overweg gaat. Van vroeger uit. En die anderen is incidenteel, dat je elkaar ontmoet en een praatje maakt en zo, meer niet.
 
Koerier: ben jij nog steeds op zoek naar die goeie duiven.
Jan: niet meer zo op zoek., dat moet toevallig gaan. Ik ben pas nog met Bosua en pas nog met Van Dorp mee geweest naar België. Met Bosua was het naar Heremans-Keusters of zo iets, en weer naar een ander iemand bij Gent zijn we pas geweest, maar die naam weet ik niet meer, er zat één superduif. Met Van Dorp ben ik pas bij Geerinkx geweest. Dat was super daar zo. Super hok duiven gezien. En dat is dan wel leuk. Als je zo'n hok, hele leuke mensen, ook een verschrikkelijk goed hok duiven in mijn ogen, dat kan niet anders als je zo presteert als die mannen en dat is het leuk zo'n dagje. Dat is heel leuk. Dan heb ik het naar mijn zin. Maar dat doe ik niet veel meer hoor. Dat is puur meerijden. Vroeger ging ik zelf op pad, maar dat is er helemaal af.
 
Koerier: jij staat er om bekend om het feit, dat je al heel snel, je duiven, als je er maar iets aan ziet, dan hoeft het al niet meer.
Jan: dat is een gevoelkwestie. Je ziet ze ook iedere dag je eigen duiven. Maar dat is op een ander hok geef ik ook gelijk een oordeel. Maar dat wil niet zeggen dat het raak is, maar ik zeg gewoon hoe ik er over denk en dat appreciëren ze gewoon. Ze weten wie je bent en dan kunnen ze dat wel verdagen. Dat klopt dikwijls gewoon. Maar als ik hier ziet die goeie melkers, die pakken deze duiven er ook zo uit. Het is niet alleen dat ik dat doet. Als Bosua hier komt of Harm Vredeveld of Van Zon, en ik ziet het ook met vreemdelingen die komen, die pakken zulke duiven er ook uit. Die hebben iets meer. Die pakken heel veel melkers er uit.
 
Koerier: hoe kom je aan zulke duiven.
Jan: een beetje geluk.
 
Koerier: ik wil er niet twee hebben. Ik wil er tien van hebben.
Jan: dan ben je wereldkampioen. Als je er twee hebt dan wordt je kampioen van Nederland, dus dan blijkt het dat er geen mens twee hebt. Ik had er gelukkig twee in '05. Nou nog een heel goeie, maar twee cracks. Nu was De '84 iets minder, maar was De '69 iets beter. Drie van zulke goeie duiven heeft haast geen mens op het hok. Dus dat valt niet mee.
 
Jan: dit is De '69. Ik noem hem ook wel een De Tours. Hij stond vorig jaar van Tours op teletekst. Dat is één van de drie duiven, die mij vorig jaar kampioen maakte, maar hij heeft dit jaar ook weer heel goed gevlogen. En zijn boer,  een nest eerder, was weer mijn eerste van Argeton, dat was ook een hele goede. Dat zijn ook weer kleinkinderen van De Bosua. Maar hier zit dan Wouter Coremans van "De Witte" door. En de vader dan weer van Van Dorp, eigen soort met dat van Van Loon. Ook een echt een goede doffer.
Ik heb zes van die doffers. Twee jaarlingen, die het nou heel goed deden en deze twee broers met de andere twee broers. Maar deze hebt dan ook vorig jaar punten voor het kampioenschap gemaakt van Tours.
 
 
Koerier: zie je nu echt dat Bosua in die duiven terug.
Jan: een beetje dat platte koppie en dan die uitdrukking in die ogen. Dat zit veel van het autokoppel, dat kan je goed zien. Ik denk dat er in de laatste tien jaar, in mijn ogen, geen beter koppel is geweest.
 
Koerier: vroeger had jij die '46 lijn van Verbart.
Jan: ja, dat was super. Verbart was vroeger nog een kennis van mijn vader toen ik nog een kleine jonge was, toen ik tien jaar was en op een gegeven moment, natuurlijk altijd kennis gebleven heb ik ze van De '46 en De '57 gehad. Daar heb ik ook veel geluk mee gehad natuurlijk.
 
Koerier: je hebt altijd wel een beetje geluk.
Jan: dat dwing je een beetje af.
 
Koerier: je zit altijd bij de goeie. Bij Verbart, bij Bosua.
Jan: ja, maar de goeie zoeken elkaar dikwijls op. En als het dan klikt, dan blijf je bij elkaar hangen.
 
Koerier: hoe ga je nu verder voor de toekomst.
Jan: voorlopig nog een beetje ééndaagse en overnacht, maar ik begin steeds meer te twijfelen om helemaal over te gaan op de overnacht. Puur voor de rust. Dat het makkelijker wordt. Twee disciplines is nogal een opgave. Ik ben 67 en ik werk praktisch niet meer, maar ik ga af en toe nog een dagje werken, maar vroeger deed Annie 75% en nu doet ze er nog heel weinig aan. Het is heel moeilijk twee disciplines spelen, omdat ze ook nog door elkaar wonen. Dan heb ik wel geluk met het rennetje erbij, dat gaat weer wat schelen., maar dan wordt het nog een hele grote opgave. Dat zal nou nog niet wezen en misschien nog niet over twee jaar, maar dan op een gegeven moment switch ik naar de fond. Overnacht plus Barcelona is de bedoeling. Ik heb wel een beginnetje gemaakt. Maar om daar een ploegje voor op te bouwen, vooral omdat ik twee disciplines speel, anders kon je dar uitgebreider doen.
 
We gaan naar de eerste verdieping. De vlieghokken op zolder.
Dit is gewoon voer wat dat door elkaar zit met 20% gerst. En dan krijgen de vliegers, omdat ze gekoppeld zitten, in de broedhokken, maar normaal over de vloer met voor het gemak gelijk wat pindas erdoor. In het seizoen geef ik ze altijd apart. Nu is het einde van het seizoen, het is gebeurd, dan alles door elkaar. Bij de jongen gooi ik er wat gerst bij.
 
 
Koerier: nu is het hier lekker warm (op zolder).
Jan: vanmiddag wordt het hier heel heet. Dit is de achterkant, als de zon erop staat vanuit het westen. Dan kan het zo de weduwnaarshokken in. De hokken staat ietsje oost-noordoost. Als het buiten 35 graden is, dat gebeurd bijna nooit, dan is het in de hokken geen 30 graden, altijd er iets onder, maar dan wordt het op zolder wel veertig graden. En dan blijft het gewoon lekker altijd. Het zullen toch wel goeie hokken zijn, dit is al heel lang.
 
Koerier: je ruikt ook geen duiven.
Jan: hier niet. Maar nu heb je ideaal weer ook, maar in de schuur vandaag nog een beetje, maar morgen, als het nog een dag zulk mooi weer is, dan ruik je in de schuur ook niets meer.
 
Het jongeduivenhok.
Dit zijn de jongen die verduisterd zijn geweest waar ik mee gevlogen hebt.
 
 
Koerier: dus je verduisterd nog steeds.
Jan: ja, maar af en toe denk ik maar niet meer te doen, want het jonge duivenspel is eigenlijk toch op een laag pitje tegen die specialisten. Je denkt het nog te kunnen bolwerken, maar dat werkt niet.
Koerier: wat bedoel je dan die specialisten. Wat doen die dan wat jij niet doet.
Jan: ietsje beter verduisteren, Die specialisten hebben geen fondduiven. Hier zitten tussen de jongen de helft fondduiven. Daar kom je niet mee aan de bak. Die remmen bij het trainen, want ze trainen minder hard, ze vliegen gewoon minder hard. Dus als ik zestig, zeventig jongen mee hebt, dan zit er minimaal de helft fondduiven tussen, dus die uitslag wordt al helemaal vertekend. Ik scheidt ze niet. Ik laat ze gewoon een beetje aanrommelen, maar ik wil ook geen nestjes, dus je komt tekort.
 
Koerier: hoe verduister je dan.
Jan: dan schuif ik die plaatjes(triplex) ertussen (tussen de balken, achter het glas). De verluchting blijft dan precies hetzelfde. Overdag staat de klep voor de 'tringels' van de valgaten van de binnenkomst open. Maar om te verduisteren gaat de klep dicht, maar wel op een kier voor de verluchting. Er komt wel wat licht door. Het is niet echt pikkedonker. Het is gewoon aardig donker.
 
 
Koerier: heb je bijgelicht
Jan: de laatste weken. Ietsje te laat eigenlijk. Daar moet je consequenter in wezen. Dus, je scheidt uit met verduisteren, dat moet je eigenlijk tot 21 juni, de langste dag doen, maar ik ben nu een paar weken eerder gestopt en dan moet je eigenlijk, zo begin juli, half juli, bij lichten tot dat je stopt. Van s'morgens een uur of half zes tot s'avonds een uur of half elf. Maar dat heb ik weer versloft en dan begin je twee weekjes voor Alblis, maar volgens mij werkt dat niet. Twee weken is gewoon te kort denk ik, dat heeft een langere aanloop periode nodig.
 
We gaan naar de oude duiven. Hier speelt Jan het totale weduwschap.
 
 
Koerier: het is wel klein hier.
Jan: ze zijn niet groot. In ieder hokje (twee) zitten twaalf broedhokjes. Maar er zitten er nu niet veel meer. Nu is het na het seizoen en er zitten er in dit hok nog vijf bezet en in het ander hok acht. Ze mogen nu een jong groot brengen. Van die hele goeie doffers heb ik ze twee keer laten leggen. Deze mogen ze nu zelf groot brengen.
Dat is De '31. Ik heb zes aardige duiven en hij is er een van. Hij is wel eens mijn eerste op de ééndaagse.
 
 
Koerier: je speelt hier totaal weduwschap. Waar zitten de duivinnen dan.
Jan: die zitten het hokje ernaast, achter het klepje. Dan gaat het luikje er van tussen en dan lopen ze naar hier.
 
Koerier: dat was toen ook al in 1991.
Jan: dat is al veertig jaar zo. Van dat ik hier ben komen wonen. Een jaar erna of twee jaar erna is dat zo geworden. Het is nooit veranderd. Toen was het meer van 100 tot zes-zevenhonderd en nu is het enkel vanaf vier-vijfhonderd.
 
Koerier: dus je hebt hier ook nog fondduiven tussen zitten.
Jan: ja. Dat zijn twee fondduiven. Als ze dan twee jaar worden of drie jaar en ik heb plek in het bovenste fondhokje, dan verhuis ik de goeie naar boven.
 
 
Koerier: speel je die dan op hetzelfde systeem als deze.
Jan: nee. Eerst wel, maar sinds dit jaar zijn ze op het nest gebleven en dat is in de toekomst dat het op het nest blijft.
 
Koerier: deze duiven zitten gewoon tussen je dagfondduiven en dan speel je ze op hetzelfde systeem
Jan: ja, precies hetzelfde. Nu ligt er voer in het broedhok, omdat ze gekoppeld zitten, maar anders altijd op de grond en dan ligt er nooit voer.
 
We gaan nu naar het andere weduwnaarshokje, pas op je hoofd.
Hier zitten acht koppeltjes. Er gaan er twee naar het kweekhok. De '83 en De '84. Er gaat er één naar het fondhokje en dan gaan er nog twee uit. Die zij niet goed genoeg.
 
 
Koerier: wat moeten ze doen om hier te blijven.
Jan: ze moeten gewoon, dat ik er op de ééndaagse plezier van hebt, dus moeten ze er gewoon haast iedere ééndaagse vlucht wezen, met een paar keer vroeg. Ze krijgen ook maar weinig kans, dus als ze de eerste dagfondvlucht er niet zijn, dan hebben ze ongeveer geen kans meer, want ik speel er maar een paar. Uiteindelijk heb ik maar zes doffers die het goed deden, dus die zes mogen blijven.
Hier zit de beste. Dit is De '83. Dat is echt een crack. Die was dit jaar derde provinciaal asduif en vorig jaar was hij ook derde provinciaal asduif. Dus twee jaar achter elkaar derde duifkampioen op de ééndaagse vluchten. En vorig jaar maakte hij me, met zijn broer en De '69, nationaal kampioen. En nu maakt hij weer met die paar andere tweede provinciaal kampioen op het systeem van N.P.O. punten, dus aangewezen plus 1 op 10. Dan is hij gewoon de vaandeldrager. En ik had er twee jongen van, en één ook mijn beste jong uit dit koppel.
 
 
Koerier: dus hij vererft ook goed.
Jan: misschien. Maar meestal als een duif mooi is en goed in elkaar zit en zo goed en goede komaf, dan geeft hij meestal wel goeie jongen ook.
Hij zit op verse eieren. Zijn eerste eitjes zijn uit in een ander hok. En van die zes doffers heb ik een tweede keer laten leggen. Van die zes die mogen blijven op de ééndaagse. Die mag hij nu zelf groot brengen. Van het voorjaar heeft hij geen jongen groot gebracht, omdat hij ook drie keer gewisseld is geweest. Hij heeft drie verschillende duivinnen gehad van het voorjaar.
 
Koerier; het is een prachtige vogel.
Jan: het is een hele mooie vogel. Vooral op zicht. Het is niet een tentoonstellingsduif van 92 punten of 92,5 maar 91,5 haalt hij wel. Er mankeert helemaal niets aan.
Hier zit nog een aardige duif, maar dat is een fondfuif. Dat is nog een rechtstreeks van het Superelfje en die had vorig jaar de tweede van Bordeaux Nationaal. De eerste keer dat hij meeging, de tweede. Nu was hij ook nog weer een keer mijn eerste en had hij de 31e geloof ik. Die verhuist volgend jaar naar het nesthok.
 
 
Koerier: als ik het goed begrijp, heb je nog een hokje boven.
Jan: een fondhokje, Dit jaar hebben er zes koppeltjes ingezet, maar verspeel ik er een jaarling, dus op een gegeven moment zaten er vijf koppeltjes. Volgend jaar doe ik er zeven koppeltjes op. Ik denk dat het maximum is voor dat hokje. Ik heb er wel eens meer geprobeerd, maar dan gaat het fout. We gaan er wel even kijken.
 
Het witte gordijntje bij het weduwnaarshok verduisterd niet, maar de duiven die uit zijn, die zitten hier buiten te baden of lopen hier buiten op het platje en als ze op weduwschap zijn dan is het een beetje onrustig. Ik weet niet of het uitmaakt, het is een automatisme. Het staat overdag dicht en s'nachts dicht.
De verluchting gaat bovenlangs. Het komt onder het glas door en gaat onder de pannen weer weg.
Vloerverwarming. Dat heb ik al veertig jaar. Vanaf dat ik hier woon. Toen had ik zelf vloerverwarming gemaakt, Dat heb ik toen uitgeprobeerd, dat was enkel een dure kwestie en het hielp niet, maar als je je hok boent, dan is het formidabel, want het is zo weer droog. Nu zit het er toch weer in, maar dan nieuw met een hygrostaat, en dan staat ie in de zomer op 60 en dan slaat ie toch nog dikwijls aan. Het zal niet slecht wezen en als je je hok boent, dan zet je hem voluit en dan is het weer gauw droog. Dat is wel ideaal.
 
 
Nog een verdieping hoger zitten de nestduiven voor de grote fond, we schuiven achter Jan aan en zijn letterlijk onder de pannen.
Het is erg klein, je kan er niet staan, alleen kruipen, alleen de duiven kunnen er staan.
 
 
Hier zaten in het voorjaar zes koppeltjes. Eentje was ik snel kwijt. Vijf koppeltjes voor de overnacht fond. En ik heb er twee op Barcelona gespeeld. Eentje was mooi op tijd en de ander, maar dan had ik thuis moeten wezen, had dan nog net prijs gehad. Dus dat was ook wel goed. De vijfde Nationaal St.Vincent zit hier ook. Ook een goeie doffer. Dit hokje hebt heel goed gepresteerd.
Er zijn kleine broedhokjes, maar ze zijn misschien iets te dicht en daarom gaatjes aan de zijkant geboord, voor als er jongen in het nest liggen. Het zijn wel gezellige hokjes, maar als een jong ouder dan een week wordt, dan weet ik niet of het wel goed is. Dan gaat ik ook de deurtjes open zetten. Ik denk dat ze dan iets te dicht zijn.
Dit hokje is er vroeger zo gekomen, omdat ik vroeger maar 24 broedhokjes had en toen gingen ze voor het keizer kampioenschap Barcelona er bij doen en toen had ik te weinig en zodoende is dit hokje erbij gekomen. Daar ben ik wel blij mee, want det is gewoon een goed fondhokje geworden. Ze hebben het naar hun zin. En het is typisch, als hier jonkies uitzet, dan heb je ze ook snel uitgewend ook. Dit hoef je maar open te zetten en dan wonen ze hier in dit hok. Hier hebben ze het altijd naar hun zin. Je moer er alleen niet teveel duiven in doen, dan gaat het fout. Hier speel ik nest. Ik heb altijd wel nest gespeeld, maar de laatste jaren, door het gemak, dan deed ik de duivinnen eraf en dan koppelde ik ze niet meer. Nu dit jaar heb ik ze weer wel gekoppeld en dat is best bevallen. Ik voer ze hetzelfde als de andere duiven. Enkel nu er wat jonkies op de grond lopen, dan gooi ik wat in bakjes, s'morgens en s'avonds. Zomers voer ik ze gewoon op de grond, ook weer een hand per vier duiven.
 
Koerier: moeten deze ook, als ze in het seizoen zijn, gedwongen trainen.
Jan: nee, deze niet. Ik zet het hok een poosje open en dat kom niet zo krap. Heel vroeger deed ik het alleen maar s'avonds openzetten. Als ik dan klaar was met de duiven, zegmaar om zes uur, dan deed ik het hok open totdat ik naar bed ging, toen deden ze het ook formidabel. Nu doe ik als ik klaar ben s'morgens, dan zet ik dit open en op een gegeven moment weer dicht en eventueel nog een keertje open overdag. Dat is verschillend.
 
Koerier: die krijgen ook lapvluchten.
Jan: dat probeer ik wel altijd, voor de overnachtvlucht. Een paar keer, een kilometer of vijftig tot zestig weg te brengen. Ik denk hoe intensiever je dat doet de laatste week, hoe beter het resultaat. Dan trainen ze ook, maar dan ook ze een beetje dat extraatje. Ik denk dat het heel belangrijk is. Dat merk je ook, wanneer je het niet doet, dat het ook iets minder is. Hoe intensiever je ermee bezig ben, het lappen doe je dan, als je dat op kan brengen, dan doe je meer serieus. Dan ben je overal beter mee bezig. Dat had ik dit jaar met het rennetje, dat was mijn eerste betrachting op het rennetje, toen zijn we ze ook vier, vijf keer weg wezen brengen en toen hadden we ook de tweede Nationaal gelijk. Ik denk dat het gewoon werk. Maar als ze niet in vorm zijn en geen goede duif, dan werkt niets, dan helpt het allemaal niet.
Dat is een superduifje, dat speelde een keer of zes, zeven aan de kop Nationaal. Dan hebben we het over prijzen bij de eerste dertig Nationaal. Veel beter zijn er niet. Ik denk dat er in heel Nederland maar een paar zijn zoals die. Dat is echt een supertje. Ik heb haar dit jaar nog één keertje meegehad. Ik durfde het haast niet, maar ze had toch weer de vijfenzestigste Nationaal. Die gaat ook niet meer mee. Die gaat ook naar het kweekhok. Dit is een leuk hokje en het presteert.
 
We gaan naar beneden. Naar het duivinnenhok
De duivinnen zitten gekoppeld, dus zitten niet in het duivinnenhok. Momenteel zitten er een aantal jongen.
In het seizoen gaan de duivinnen door het "luikje" naar de weduwnaars, dan hoef je ze niet te pakken, dat is makkelijker. Ze zitten op kapelletjes en zitvakjes.
 
 
Koerier: heb je geen last van onderling pare.
Jan: nee, want die ruim ik op. Dat doe je al zoveel jaren consequent, dat als er nieuwe bij zijn en die paren, dan wordt zo'n nieuwe tak weer gauw opgeruimd.
 
Koerier: ben je niet bang voor ""dooie tantes.
Jan: De laatste paar jaar gaat het niet formidabel met de duivinnen. Ik weet niet de oorzaak. Het heeft altijd, veertig jaar goed gegaan op alle afstanden, dus ik denk niet dat het daar mee te maken heeft. Maar de doffers vliegen beter. Vroeger was het om en om, dan wel eens duivinnen en dan wel een doffers, maar nu is het de laatste twee jaar puur de doffers. Nooit een duivin voorop. Ik denk dat ik te goed ben voor mijn duivinnen, dus als ik het voer met 20% gerst heb, dan voer ik het ook alle dagen precies hetzelfde en ik denk dat ik mijn duivinnen wat korter moet houden. Vooral de eerste drie, vier dagen. Zeker als ze nog een week thuis blijven. Dat is er een beetje ingeslopen, te gemakzuchtig.
In 1991 was het consequent 50% gerst en alles krap houden. Het systeem verandert wat, omdat je dat korte werk eigenlijk niet meer doet. En ik denk dat ik ze op de ééndaagse, omdat ik ze om de week speel, ze zeker tien dagen 50% gerst moet houden. Ik denk dat dat de oorzaak is.
 
Koerier: toen was Annie er ook echt bij betrokken.
Jan: Annie was natuurlijk fanatieker. Dat hebt er ook mee te maken. Maar toen speelde we vanaf 100 kilometer serieus. Ik denk dat het met mijn duivinnen er veel mee te maken hebt, dan hoeft het van mij nog niet, dan stapelt dat op en dan komt de gang er moeilijk in. Hoewel van Blois waren ze er ineens weer, maar de andere ééndaagse vluchten zijn ze er weer niet. Ik doe iets verkeerd en ik denk dat het met voeren te maken hebt.
 
We zij inmiddels het dak op geklommen. Op het "platje" van de duiven. Goed te zien zijn de glasplaten en de verluchting. De duiven kunnen hier baden in het bad dat is ingebouwd. Dat heeft een vriend gemaakt en is erg makkelijk.
 
 
Koerier: welke richting staan de hokken:
Jan: ietsje door het oosten heen naar het noordoosten. Het liefst had ik het iets naar het zuidoosten gehad, maar door de loop van de jaren heeft het toch goed gepresteerd, dus het zal toch wel een goed hok wezen. Met een buitenhok kan je nog wel een wat rommelen, maar hier weinig. Aan de achterkant, de zolder, dakramen op het westen. Daar heb ik ook geprobeerd te vliegen, maar dat lukt niet van de andere kant. Het is goed om warmte van de zolder vast te houden.
 
Koerier: als je een vroege hebt, waar komen ze vandaan.
Jan: vroeger was het zondermeer zuidwest. Toen draaide het een beetje naar het zuiden. Tegenwoordig komen ze noordwest. Ze vliegen een ommetje. Heel dom. Vooral een jaar zoals dit. Dan begin je met oosten wind, dan heb je drie, vier ééndaagse vluchten met oosten wind. De massa zit in Rotterdam, dan worden ze afgedreven naar Rotterdam, dan vliegen ze ommetje en komen ze recht uit het noordwesten, zover je kan kijken. Het is dom dat je dan nog vroeg kan vliegen, maar dan doe je ook niet meer mee voor de eerste, dat kan ook niet met oosten wind. Dat is onmogelijk. Maar De '83 presteerde het toch een keer om dan toch nog de 13e of 14e provinciaal te hebben, maar dan moest ie wel hier in de regio een kwartier los vliegen!
Ze vallen via het platje, door het raam naar binnen. De antenne zit onder de tringels onder het asfalt en dat werkt perfect. Behalve bij de jongen, toen kwamen er vier, vijf tegelijk, dat komt haast niet voor, toen wilden ze over elkaar heen en toen miste er eentje. Dat komt zelden, nooit voor.
Boven zitten de zomerjonkies, daar zit het op dezelfde manier ingebouwd, maar dan meer naar binnen. Ook zo bij het fondhokje.
Op het dak liggen oud-hollandse pannen. Dat ligt er al honderd jaar op of meer. Die liggen heel open. Er zit nog een halve meter tussen het hout en de pannen.
 
Koerier: wat gaat het volgend jaar worden.
Jan: ik hoop dat ik een beetje op hetzelfde nivo kan blijven.
Er gaan een paar toppers naar de kweek en dan wordt het moeilijk. Ik heb nog vier hele goeie en als die het blijven doen, dan hoef ik er nog maar één of twee bij te vinden, en dan doe ik nog mee op de ééndaagse en op de overnachtfond heb ik verschillende bewezen duiven, dus daar ben ik niet zo bang voor. Er worden er verschillende twee jaar, die het als jaarling al goed gedaan hebben, dus daar heb ik voor iedere vlucht wel een paar goede duiven, maar dan moet ik vorm hebben, maar op de overnachtfond ben ik er niet bang voor dat ik volgend jaar dan niet mee zal doen. De rest tot 500 kilometer is invliegen en de jonge duiven moet ik ook laten schieten, want daar kan ik toch niet tegen die mannen op. Wel tot driehonderd, maar niet daarboven. Dan zou ik het heel anders moeten aanpakken en er geen fondduiven er tussen moeten doen.
 
 
Koerier: wat voor duif hebben we hier
Jan: dit is het superelfje, van '93. Dat is het stammoedertje van mijn fondduiven. Ze komt uit de St.Vincent. Dat is de beste duif die ik ooit gehad heb. Die vloog van kortbij en veraf. Hij vloog de 7e, de 20e en de 84e Nationaal van St.Vincent in drie jaar tijd. Het superelfje was afd.C kampioensduif met vroeg van Chatereoux, 1e volgens mij, vroeg van Ruffec, vroeg van St.Vincent, vroeg Bergerac in één jaar.
 
 
Koerier: nu is ze stammoeder
Jan: in praktisch iedere fondduif zit het bloed van haar in.
 
Koerier: je hebt haar in je hand, beschrijf die duif eens
Jan: dat is gewoon, ja, ze is nu oud, maar ze is net zo mooi als tien jaar terug en ze legt wel niet meer, maar het is gewoon super wat je hier beet hebt. Alles is perfect. Ze is heel klein, maar op alle manieren perfect. Of het nou van de ogen is, de vleugels, de pluim, de spieren, het is allemaal perfect, het is echt ideaal.
Zij heeft onverstelbaar veel goede nakomelingen. Vorig jaar nog een zoon 2e Nationaal, maar nou had ik ook weer een 2e Nationaal van Bordeaux, dat zijn ook weer kleinkinderen van haar. Maar die van vorig jaar was nog een rechtstreeks kind. En dat is bij heel veel hokken. Dit zit echt door bijna alle fondduiven. Maar het typische is, hier zit heel veel Verbart in en Janssen. Haar vader De St.Vincent, kwam uit de Blauwe zoon '46 met Marijn van Geel met Janssen, dus driekwart snel. Maar daar had ik een zoon uit met weer een Verbart duif, De '38, die vloog ook vijf of zes keer bij de eerste honderd, dus zevenachtste snel. En nu vlieg ik een duifje Barcelona mee, daar zit ook weer heel veel Verbart in. Een kleinzoon van mijn '86, maar ook weer een kleinzoon van het Superelfje.
Dus in wezen het oude oorsprong de Verbart duiven, met Janssen Marijn van Geel. En dat zit ook nog in die snelle duiven, Verbart.
 
Dit is het '88je ofwel "Het Van Vlietje". Die heb ik bekomen van Van Vliet uit een duif van mijn. Uit "Het Zwijn" van Van Vliet, een Aarden doffer. Waarvan de moeder een 2e en 8e Nationaal Pau vloog. En van mijn kant is Het '35je, die vloog hier de 20e Nationaal St.Vincent en nog meer goeie prijzen. Met een doffer uit samenkweek met Chris van der Velden met mijn '62. En mijn '62 was een super en die van Chris van der Velden was het Juweeltje of zo iets, in ieder geval een bijzonder goeie duif.
 
 
Koerier: waarom laat je deze duif zien.
Jan: deze duif, dat is onvoorstelbaar zo goed. Die vlieg zes keer aan kop Nationaal.
 
Koerier: hoe speel jij nou in principe je fondduiven
Jan: deze is van het jaar op nestje gespeeld. Vorig jaar toen ze de 3e Nationaal Bergerac had was ze op eitjes en nu was ze ook op eitjes, maar daarvoor is ze altijd als weduwduivin gespeeld. En van het jaar heb ik dan voornamelijk nest gespeeld met een paar koppels. Ze vliegt nog uit maar ze gaat nooit meer mee.
 
Koerier: ik zie dat je een prachtige blauwe doffer in je hand hebt, vertel over die duif.
Jan: dit is De 55. Hij is op het moment de beste. Hij had al drie keer bij de eerste honderd Nationaal gevlogen, waarvan een 9e Nationaal Montauban en nou had hij de 5e Nationaal van St.Vincent dit jaar, de 89e Nationaal Mont de Marsan en van Bergerac de 109e Nationaal, dus drie mooie prijzen dit jaar van die drie N.P.O. vluchten. Hij is drie jaar en komt uit een zusje van het '88je met een zoon van de Bonte '57 en de Bonte '57 is weer een kleinzoon van De St.Vincent en uit het zusje Bonte '57 kwam bij Cees van de Graaf de 1e Nationaal Montauban en bij Van Dorp uit het zusje de 1e Nationaal Cahors. En dat is dan weer dezelfde familie van de ene kant en van de andere kant weer van het Van Vlietje ofwel Het '88je.
 
 
Koerier: nu zeg je dit is je beste doffer. Speel je je doffers ook op het nest
Jan: deze is dit jaar op nest gespeeld. De eerste keer op 5 dagen broeden, de tweede keer, twee weken erna, een jong eronder geschoven, en op Bergeracc nog steeds op hetzelfde jong, toen was het een week of vijf en liep het over de grond, maar die voerde die nog steeds. Dan heb je het over de drie Nationale vluchten, op één nest eigenlijk.
Als je een gewoon nestje hebt en zorg dat op St.Vincent de rui nog maar één pen is, dan kan je mooi Bergerac vol houden, dat hij nog een vrij volle vleugel hebt. Kijk nu hebt hij er nog maar vier uit, hij zou bij wijze van spreken van de week nog gespeeld kunnen worden, maar nu zit hij op het volgende jonkje.
 
Koerier: deze doffer blijft in je vliegploeg.
Jan: ja, die blijft. Die kan ik nog niet missen. Dus die blijft nog wel een paar jaar.
 
Koerier: hoe groot is je vliegploegje.
Jan: dat ligt eraan, de ene winter meer dan de ander, maar volgend jaar denk ik een koppel of vijftien, zeventien op nest, is de bedoeling, omdat ik nou het rennetje erbij hebt, dan kunnen er boven een koppel of zes, zeven en een koppel of tien kunnen er dan in het rennetje. Dat is de bedoeling. Maar duurt misschien nog allemaal even om dat op te bouwen, want dat gaat niet in één jaar.
 
Koerier: jij bent iemand die de hokken echt goed schoonmaakt.
Jan: twee keer per dag wordt het minimaal schoongemaakt. Overal.
 
 
Koerier: hoe is dit hok (het rennetje) bevallen dit jaar.
Jan: dit is voor het eerst meegespeeld en heb ik twee vluchten eigenlijk serieus meegedaan. Op Bordeaux was de eerste serieuze vlucht, daar had ik de 2e Nationaal met dit donkertje. Dat is een kruising van De Barcelona van Cor van de Linden met weer een kind van Het '11je. Net een jaar oud, dus dat was heel leuk. Er mankeert niets aan deze duif. Heel zacht, mooie oogjes, er mankeert niets aan. Het is een kleintje. Toen ze ingekorfd was, was het net een ballonnetje en toen ze thuis kwam was ze het nog.
 
 
Koerier: kun je vorm herkennen aan een duif.
Jan: ja, dat kan je wel herkennen. Als je ze beetpakt, dan voel je dat in ene keer. Dus of ze mooi zacht zijn, blinken, heldere ogen. Toen ik die van Nationaal 5e St.Vincent inkorfde, zij ik tegen hem, zozo wat kijk jij helder uit je ogen en dat klopte wel.
 
Dit duifje op het rennetje was mijn tweede. Een zomerjonkje, kijk hij staat nog op twee oude pennen, en het was van die Bordeaux mijn tweede en twee weken erna van Bergerac mijn eerste. En dat is ook weer uit een kind van het 11je met een duif van Van Dorp De '60, die fantastisch gepresteerd hebt. Die heb ik hier zitten te leen.
 
 
Koerier; ik zie dat je ook speciale drinkpotten hebt. Nog steeds op de ouderwetse manier.
Jan: dat is gegroeid van kinds af. Dat deed mijn vader zo en dat doe ik nog steeds zo en bevalt.
 
Koerier: wat is daar het voordeel van.
Jan: ik denk minder stof dan die pannen die men dikwijls op de grond heeft staan en ik vind het wel makkelijk. Het is een anderhalve liter fles en als die leeg is dan doe ik er weer nieuw water in. Zitten er zes duiven in, dan duurt een dag of vier, vijf, en hier duurt het, zoveel als er nu nog in zitten, zo'n twee dagen. Dan vul ik hem weer.
 
Koerier: hoe je het schoon dan.
Jan: als die erg groen wordt dan een keer grit erin, maar daar maak ik mij verder nooit zo druk om.
 
Koerier: ben je niet bang voor Het Geel dan.
Jan: nee. In de manden drinken ze wel meer troep, dan hier denk ik, aan vies water. Ik bedoel het wordt schoongespoeld en er komt schoon water in. Ik denk dat het niet zo belangrijk is.
 
Koerier: over medisch beginnen we nu even. Ben jij iemand die op de medische begeleiding let.
Jan: het is hooguit BS af en toe en soms wel eens Orni-special, wel eens één of twee keer in een seizoen als ik heel erg twijfelt, dat het een keer in het water gaat.
 
Koerier: twijfel jij weleens dan.
Jan: ja, als ze wat rauwer komen de duiven. Dus niet meer glad liggen.
Zoals deze, daar ga je speciaal mee naar Bordeaux en dan wordt er verder niet gespeeld en dan krijgen ze een dag of drie-vier, tien dagen van te voren BS en dan zie je ook dikwijls dat ze wat gladder worden en dat schijnt voldoende te wezen. Verder niets. Als je dan nog heel erg twijfelt, dan misschien nog een paar dagen Orni-special of iets.
Buiten het seizoen helemaal niets. Nu hebben we Bergerac gehad, dan zit er na Bergerac niets meer in het water tot volgend jaar, en dan zijn we al dikwijls al weer enkele weken in het seizoen, wil ik dan wel weer eens BS doen. Maar 9 maanden krijgen ze absoluut niks.
 
Koerier: en bij de kwekers
Jan: nooit.
 
Koerier: nu hebben we het over de overnachtfond. Je dochter Janet is getrouwd met Rik Ros van de bekende comb. Ros.
Jan: ja, die doen het verschrikkelijk goed. Die waren vorig jaar kampioen van de sector en nu staan ze weer overal van de bovenste met een eerste Nationaal erbij, fantastisch, en in de fondclub 2e kampioen. Die doen het echt fantastisch.
 
Koerier: ze wonen hier in het dorp. Zullen we daar een bezoekje gaan brengen, om te kijken hoe het daar is.
Jan: ja, dat is heel leuk.
 
 
De combinatie Ros. Vader Arie, de overwinnaars van Bergerac Nationaal, Rik de zoon, Janet, Sara, Lisa en Stein, de kleinste van dit gezin. Ik heb er nog wel kleiner, maar dat is van de zoon.
Koerier: Echte Sparta fans.
Jan: ja. Heel de familie is Sparta.
 
Koerier: Vader en zoon Ros, combinatie Ros Lekkerkerk, 1e Nationaal sector 2 Bergerac. Veel superlatieven van Jan gehoord over jullie, maar vertel hoe ging het die bewuste ochtend.
Rik: Schrikken. De familie was op vakantie. Ik had natuurlijk met de liefhebbers daarvoor al contact gehad en we dachten dat we vóór tien uur een vroege zouden hebben, dus ik had de wekker om vijf uur gezet. Ik zorg altijd, dat ik ruim voor neutralisatietijd beneden ben, dat ik mij niet kan laten verrassen. Ik liep naar buiten en ik zag een duif op de spoetnik zitten bij het jonge duivenhok. Ik loop de stelling op, want ik dacht dat het nog een jong was van een dag ervoor, want mijn jongen waren in de draden terecht gekomen, maar toen keek ik nog een keer goed en toen zag ik dat het mijn kleine witpen was. Ja, dan begint het heisa, want je rekent er niet op en daarbij kwam nog dat ze niet naar binnen wilde komen. Ze vloog vervolgens naar het hoge kantoor voor het hok, ze ging nog een rondje vliegen, ik was ze nog een tijdje kwijt. Het licht aangedaan in het hok en uiteindelijk duurde het nog een kwartier voordat ik haar elektronisch kon constateren. Toen was het melden en dan begint het feest. Toen moest ik wachten, want de overvlucht, dat is hier nog een kilometer of zeventig in Noord Holland, maar op een gegeven moment kwamen we op teletekst en dan weet je dat je vroeg zit. Dat is helemaal te gek natuurlijk. Schitterend om mee te maken.
 
 
Arie: Ik lag nog op bed en toen ging de telefoon. Ik dacht is er wat gebeurd of wat ook. Rik zei, ik loop helemaal te shaken. We hebben er één. Gauw eten en hierheen. Eerst eten zei mijn vrouw en toen gelijk hierheen. Prachtig.
 
 
Rik: het is een tweejaarse duivin. Ik noemt haar De Kleine Witpen. De vader is een rechtstreekse van Jan, halfbroer Superelfje, dus echt de basisduiven zoals dat bij Jan helemaal door zijn stam verweven zit, en de moeder is een Steketee duivin, die ik heb gehad van Martin van Zon. Martin is ook een tijd lang op zoek geweest naar Steketee duiven en toen ik de eerste keer bij Martin op het hok kwam zag ik deze duivin zitten en op een gegeven moment kwam hij deze duivin hier brengen en toen heeft hij een jaar gestaan op de halfbroer van het Superelfje en daar is deze duivin uit gekomen. Ze was niet aan haar eerste proefstuk toe, want op de eerste St.Vincent dit jaar vloog ze de 50e Nationaal. Dus het is geen toevalstreffer geweest.
Dit is ze. De trots van het hok. De duif die de dag goed maakte. Vooral omdat achteraf is gebleken, dat ik de eerste en derde getekende ben verspeeld. We hadden er negen mee op deze Bergerac en we pakken er vijf bij de eerste tweehonderd Nationaal en onze tweede duif speelt ook nog de 22e Nationaal en zij speelde de eerste en daar gaat het om. Om de hele vroege.
 
Jan: een duif die zo vroeg vliegt is een goeie, daar kan je aan keuren wat je wilt, maar daar kan je niet omheen. Het is gewoon een perfect gebouwd ding, prachtige vleugels, apart oog en een hele goeie afstamming. De moeder van het Superelfje, dat is de grootmoeder van deze duif met De Witte van De Pau. De pau was een hele goede duif en de Witte van De Pau zijn meer goeie uitgekomen. Dat is de grootvader. Dus van twee kanten van bij, dus in weze de lijn St.Vincent / Pau, wat vroeger de twee topduiven bij mij waren zit in de vader. In principe van afstamming en vroeg vliegen, kan niet beter en de andere kant is Steketee en dat is ook buitengewoon natuurlijk.
 
Koerier: jullie zijn combinatie(Ros). Hebben jullie taakverdeling.
Rik: we verzorgen de duiven samen. We hebben er ook afspraken over. We hebbe ook een systeem waarin we geen fouten kunnen maken. Wij voeren in potjes, één keer op een dag en als ik er eens niet ben, moet werken, dan kan mijn vader het doen, hij weet precies hoeveel er in een potje moet, dus dat gaat altijd prima.
 
Koerier: hebben jullie nog veel van Jan Ouwerkerk geleerd, overgenomen.
Rik: ja, heel veel uiteraard. Als ik al kijk, dat ik denk, dat 75% van ons hokbestand, dat bestaat uit Ouwerkerk duiven en dan vooral van de lijn van het Superelfje, ik heb er ook twee rechtstreekse dochters van zitten, en dan haar vader (van de Kleine Witpen) de halfbroer van het Superelfje. Vooral de kruisingen met andere duiven is gewoon bingo. Ik ben bij Martin van Zon aan wat Steketee duiven gekomen, dat pakt als boter op de vis op de Ouwerkerk duiven, daar zijn bij mij al meerdere goeie duiven uitgekomen.
Jan bekijk haar nog maar eens even.
 
 
Jan: ik heb ze pal na de vlucht gezien, de andere ochtend, en dan kon je echt zien dat ze gevlogen had, dat ze der eigen gegeven had. Nu heb je, een week erna, een totaal andere duif in je handen, dus een duif die keihard is en vol dynamiek en dat was wel over na de vlucht.
 
Koerier: dat harde zie jij graag.
Jan: ja, dat moet, als ik ze beet houd zo, dan geeft ze niks toe. Daar hou ik van. Dat is het eerste waar ik naar kijk bij een duif, hard karkas. De spieren bij deze duif zijn ook fantastisch. Alles is formidabel. Ietsje korte graat, maar dat heeft ze van De Pau, dat had de Pau ook, een beetje dat slungelige, die bouw heeft ze ietsje wat. Maar het is natuurlijk zo als zo'n lange duif ook nog een lange graat zou hebben en dik gespierd, dan zou het niet meer lukken, dan zou ze veel te zwaar worden. Ze is heel dik gespierd en lang, dan heb ze in wezen verhoudingsgewijs een lange staart, maar als ze nou ook nog een lange graat zou hebben, dan zou dat gewicht veel te zwaar worden.
 
Koerier: wat vind je van de ogen
Jan: dat is apart. Dat zie je niet veel, een echt bont oog, dan zie je dikwijls een bont donker oog, maar dit is een bont-staal oog. Dat zie je niet veel, dat is echt apart.
 
Rik: ze is op Bergerac meegegaan op jongen van zes dagen. Ik had haar doffer op maandag ingekorfd op Perpignan, dus ze heeft de laatste dag, op dinsdag, alleen voor haar jongen moeten zorgen en misschien heeft dat haar de moraal gegeven om snel naar huis te komen.
 
 
Koerier kun je iets vertellen over haar pennen stand.
Rik: we zijn nou bijna twee weken na Bergerac en ze staat nu nog op zeven oude pennen.
Ik licht wel bij. Nu heb ik, wat voor een ander een nadeel is, is voor ons een voordeel. Wij zitten hier achter een hoog kantoor, dus het hok waarin zij in heeft gezeten, dat is heel erg donker, en ik weet uit ervaring dat het de pennenrui tegenhoudt en vervolgens ga ik iets voor de langste dag bijlichten en dan ga ik de langste dag aanhouden, dat doe ik tot de inkorving van Bergerac. Dan kan ik meestal alle duiven nog goed spelen, ondanks het feit dat ik op nest speel, want soms gaan ze dan twee pennen tegelijk gooien, maar dat val bij mij meestal wel mee. Wat dat betreft gaat dat goed.
Wij laten het licht dan aan tot half elf s'avonds en s'ochtends om vijf uur springt de lamp dan aan. De verlichting werkt op een tijdklok. Ik denk ook dat ze zich er lekker bij voelen. Ik laat ze s'ochtends en s'avonds los vanaf twee weken voor de eerste overnachtvlucht. Dan krijgen ze s'avonds als ze binnenkomen een potje voer, drie voer, twee gerst, half snoep en half P40, dat is tot en met drie dagen voor de eerste inkorving op de overnacht. Dan krijgen ze vol voer. Dat vul ik aan met wat meer pinda's. Naar de volgende inkorving toe ga ik daar wat mee spelen, maar ik zorg wel altijd dat ze zoveel krijgen, dat ze gerst moeten eten. Dat kan ik per koppel aanpassen, want ik merk wel dat met dit systeem, er zijn duiven die meer eten dan een ander, dus je moet wel opletten dat ze voldoende krijgen. Je kan niet zeggen dat ik volle bak voer, maar het is wel een systeem dat ze gerst moeten eten.
 
Zo nemen wij afscheid van Arie en Rik Ros en de Kleine Witpen.
 
 
 
Het afscheid van Arie bleek voorgoed. Kort na deze opnames overleed hij toch nog onverwacht.
 
 
 
 
 
Het laatste woord is aan Jan.
 
 
Op een gegeven moment moet je zeggen. Ik doe enkel fond of ik doe enkel ééndaagse en ik denk dat op den duur, maar nou vind ik het nog zo leuk om dat mee te rommelen, maar op den duur wordt je toch ouder en je zal dat niet meer op kunnen brengen, op den duur wordt het enkel overnacht. Daar zal ik niet onderuit kunnen komen. Maar als je het goed wil doen, dan moet je het één of het ander. Ik vind het de doodsteek, al die specialisatie, is de doodsteek van de duivensport geweest. Het gaat nu zo hard met de jongen, zo hard op honderd, zo hard op vijfhonderd, dat de gewone man er niet meer aan te pas komt. Het is zo klein groepje nog. Ik heb het over af en toe, maar vijf man af  provinciaal. Ik ken ze op het moment geen eens noemen, maar dan heb ik het over echt goed spelen, die zullen er wel wezen vijf, maar die vallen mij niet op, omdat ik die uitslagen niet lees, maar het is een heel klein ploegje, die gewoon de baas is. Dat is ook op de driehonderd kilometer, dat is zomaar een paar man, die de baas zijn. Die mannen zijn al tien, vijftien jaar met dat ene project bezig, dus die enkel maar dat in hun hoofd. Die hoeven niet aan overnachtduiven te denken, die hoeven niet aan overnachtkweken te denken, die hoeven niet in te korven, ze wonen er niet tussen. Dus als ik twintig jaar enkel alleen met zo'n project bezig ben, dan wordt het zoveel makkelijker, je heb zoveel minder aan je hoofd, al je duiven die losvliegen is enkel voor dat, dus als je daar heel erg lang mee bezig ben, dan wordt die selecte groep zoveel beter, dan heb je er niet zes zitten, maar dan heb je er twintig zitten. Dan ben je haast niet te kloppen. Als ik dan ziet, dat in vier jaar tijd, ik één keer, mijn schoonzoon één keer en Wim Verzendaal één keer, dus drie keer provinciaal kampioen, met praktisch dezelfde duiven, dat geeft ook voldoening.
 
 
We nemen afscheid van de familie Ouwerkerk. Wat hebben we veel gezien en gehoord. Zo ervaar je de duivensport op zijn best. Wie weet tot over vijftien jaar!